Reactie op toezegging over het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) en uitvoering motie van de leden Van Nispen en Piri over voorkomen dat door bezuinigingen het ICCT wordt opgeheven (Kamerstuk 29754-766)
Terrorismebestrijding
Brief regering
Nummer: 2026D03231, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 13:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 29754 -775 Terrorismebestrijding.
Onderdeel van zaak 2026Z01349:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-01-29 12:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Met deze brief kom ik, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, tegemoet aan de toezegging die de minister van Justitie en Veiligheid deed tijdens het commissiedebat Terrorisme/Extremisme van 3 september 2025 aan het lid Van Nispen (SP) om een Kamerbrief te sturen over het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) en de gevolgen van het besluit van het kabinet de subsidie die het ICCT ontvangt niet voort te zetten.1 Met deze brief informeer ik u tevens over de uitvoering van de motie Van Nispen-Piri over ‘voorkomen dat door bezuinigingen het ICCT wordt opgeheven’.2
In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het kabinet bezuinigt op de non-ODA middelen op de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit heeft het kabinet genoopt tot het maken van scherpe keuzes, ook op het gebied van de internationale inzet op contraterrorisme. Als gevolg hiervan zijn minder financiële middelen beschikbaar voor preventie en de aanpak van grondoorzaken van terrorisme en extremisme, alsook capaciteitsopbouw in landen die kampen met jihadisme. Daarnaast zie ik een kleinere rol voor het ministerie van Buitenlandse Zaken om bij te dragen aan opbouw van kennis binnen het domein van contraterrorisme. Dit betekent ook dat er minder subsidie beschikbaar is voor organisaties die op dit terrein onderzoek doen. Het zwaartepunt van mijn inzet verschuift naar diplomatieke samenwerking in zowel bilateraal als multilateraal verband om terroristische- en extremistische fenomenen in het buitenland vroeg te signaleren, mogelijk te mitigeren, en nationale veiligheidspartners in staat te stellen zo effectief mogelijk op te treden. Zo blijft Nederland een geloofwaardige en betrouwbare partner in de strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme.
Nederland is niet uniek in deze ontwikkeling. Ik zie ook breder binnen Europa en in de Verenigde Staten deze zelfde verschuiving van het zwaartepunt samengaan met krimpende budgetten voor bestrijding van terrorisme en extremisme in derde landen middels aanpak van grondoorzaken en preventie.
De subsidie die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid aan ICCT verstrekken, is gericht op het vergroten en versterken van kennis op het gebied van contraterrorisme, het uitdragen van deze kennis naar buiten en het meten van met het beleid behaalde resultaten. Het ICCT is een gerespecteerd instituut en het kabinet waardeert sinds de oprichting zijn expertise en inzet. De activiteiten van het ICCT passen echter niet meer binnen de hiervoor beschreven herziene prioritering van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De keuze om de financiering te stoppen is daarmee een gevolg van wijzigingen in de prioriteiten op de begroting van Buitenlandse Zaken. Het kabinet zal desalniettemin vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid aan het ICCT een overbruggingsfinanciering verstrekken voor 2026. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan de motie van de Leden Van Nispen en Piri (29754, nr. 766).
Met deze overbruggingsfinanciering biedt het kabinet het ICCT de nodige tijd te zoeken naar nieuwe inkomstenbronnen om de institutionele continuïteit te waarborgen, ook na 2026.
| De minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel |
|---|