[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde Agenda Informele Raad voor Concurrentievermogen 2 en 3 februari 2026 (Kamerstuk 21501-30-684)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D03425, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 16:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z00824:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


21501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld (…)

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de minister van Economische Zaken over de Geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Concurrentievermogen op 2 en 3 februari 2026 (Kamerstuk 21501-30, nr. 684).

De op 26 januari 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ……. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen

De adjunct-griffier van de commissie,
Krijger

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

II Antwoord / Reactie van de minister

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieĀ 

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de volgende informeleĀ Raad voor Concurrentievermogen op 2 en 3 februari 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Ā 

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over het Concurrentievermogen Kompas en de inzet van de minister. De minister zegt in te willen zetten op een nauwere verbinding met de handelsagenda en daarbij weerbaarheid nadrukkelijker mee te willen nemen. Kan de minister deze inzet verder toelichten? Welke acties verwacht hij van de Europese Commissie en het voorzitterschap? Ziet de minister mogelijkheden om besluiten over bijvoorbeeld importtarieven – denk bijvoorbeeld aan elektrische auto’s – beter te integreren in een bredere industriestrategie ten aanzien van het opbouwen van een Europese industrie? Gaat het daarbij alleen om betere afstemming of zijn er ook instrumenten die Nederland mist of in dit kader wil versterken? Ziet de minister ruimte om de verduurzaming van de industrie en de opbouw van een schone technologiesector (cleantech) sterker te verankeren in het instrument? Kan daarbij specifiek de vraag worden meegenomen naar groene Europese producten?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts ook enkele vragen overĀ het interne-marktactieplan. Onderdeel van het plan is simplificatie, met name via de tien omnibussen die de Europese Commissie reeds heeft gepresenteerd. Een deel van de omnibussen bevat echter maatregelen met grote risico’s voor consumenten, zoals het ruimer gebruik van kankerverwekkende stoffen in make-up en het verzwakken van de controle op en autorisatie van pesticiden. Hoe rijmt de minister dergelijke initiatieven met de ambitie van een veilige interne markt? Steunt de minister dergelijke maatregelen die de gezondheid van mens en milieu schaden? Is hij het eens met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat simplificatie niet ten koste mag gaan van de zorg die regering en Kamer dragen voor consumentenbescherming? Zal de minister dit standpunt ook uitdragen bij de informele Raad?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van het interne-marktactieplan nog enkele vragen over de Digital Fairness Act (DFA) (verordening Digitale rechtvaardigheid). Onderdeel van een eerlijke interne markt is betere regelgeving bij het tegengaan van verslavend ontwerp in online diensten, waar ook de Kamer zich al verschillende malen over heeft uitgesproken, zoals bij de motie Kathmann c.s.1 Kan de minister toelichten wat zijn inzet bij de DFA wordt tijdens de informele Raad? Zet de minister actief in op verbod op manipulatief en verslavend ontwerp in online diensten zoals sociale media, online games, streamingdiensten en dating apps in de DFA? Zal de minister bij de Raad ook de urgentie benadrukken van een verbod op polariserende algoritmes op basis van kliks en interactie? In hoeverre is de minister actief bezig om coalities te sluiten met andere Europese landen die hiervoor open staan, zoals Denemarken, Belgiƫ en Frankrijk?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie vinden het goed om te lezen dat gesproken zal worden over het versterken van de Europese defensie-industrie. Deze leden hechten er grote waarde aan dat voorgenomen grootschalige investeringen in defensie er ook voor zal zorgen dat de Nederlandse en Europese economie daarvan profiteert. Voor nu hebben deze leden hierbij een aantal vragen.

Deze leden onderschrijven de voorgenomen inzet van de regering om de Nederlandse defensie-industrie verder te versterken en vragen of de regering concrete maatregelen te delen over hoe zij dit vorm wil geven.

De leden van de CDA-fractie lezen voorts dat de minister spreekt over ā€˜andere ondersteunende maatregelen’ voor het positioneren van de Nederlandse defensie industrie. Kan de minister aangeven welke concrete acties hieronder worden geschaard? Kan hij daarbij ook aangeven welke daarvan specifiek zijn gericht op het versterken van de positionering van de Nederlandse defensie-industrie in Europa?

Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat er verschil van inzicht bestaat over de wijze waarop de EU het wegnemen van belemmeringen in de interne defensiemarkt kan faciliteren. Kan de minister uiteenzetten welke positie hij inneemt ten aanzien van de wijze waarop de EU dit zou moeten faciliteren, en welke inzet hij daarbij in Europees verband nastreeft?

De leden van de CDA-fractie delen tot slot de waardering van de Cypriotische inzet om concurrentievermogen hoog op de agenda te houden. Deze leden vragen, gezien de duidelijke doelstellingen uit het rapport Wennink, 2en de daaruit voortvloeiende noodzaak om in de EU een voortrekkersrol te spelen, op welke manier de minister concreet voornemens is deze voortrekkersrol op Europees niveau in te vullen.

II Antwoord / Reactie van de minister