[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Toezegging subsidieregelingen met terugwerkende kracht

Brief regering

Nummer: 2026D03412, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 16:32, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z01426:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 26 januari 2026
Betreft Toezegging subsidieregelingen met terugwerkende kracht

In het Wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026 heb ik uw Kamer toegezegd na te gaan of er eerdere subsidieregelingen zijn waar met terugwerkende kracht subsidie is verleend en u hierover te informeren. Dit in het kader van de verbouwing van Museum Prinsenhof in Delft. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging. Alvorens in te gaan op het principe van subsidieverlening met terugwerkende kracht hecht ik eraan om eerst nogmaals in te gaan op het gelijkheidsbeginsel, omdat dit de voornaamste reden is waarom in dit geval subsidieverlening buiten de bestaande kaders niet tot de mogelijkheden behoort.

Erfgoed en Kunsten

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Onze referentie

61784899

Bijlagen

Gelijkheidsbeginsel

In mijn schriftelijke reacties van 14 januari 20261 en 3 oktober 20252 en in het Wetgevingsoverleg Cultuur heb ik u geïnformeerd dat subsidieverlening aan Museum Prinsenhof vooruitlopend op de publicatie van de subsidieregeling grote restauraties strijdig is met het gelijkheidsbeginsel op grond waarvan iedere eigenaar op basis van heldere voorwaarden en criteria een gelijke kans moet hebben op subsidie. Zoals u weet zijn er verschillende andere urgente restauratieopgaven en museale verbouwingen. Het verstrekken van een eenmalige bijdrage voor de verbouwing van Museum Prinsenhof buiten de subsidieregeling om, is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en brengt onverantwoorde financiële en juridische risico’s met zich mee. Andere partijen met restauratie-opgaven zouden met een beroep op het gelijkheidsbeginsel eveneens aanspraak kunnen maken op subsidie. Bovendien is niet uitgesloten dat het risico op ongeoorloofde staatssteun zich voordoet. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 juli 2025 in een uitspraak geoordeeld dat de leer van ‘schaarse rechten’ ook van toepassing is op begrotingssubsidies.3 Als er meerdere gegadigden zijn voor een subsidie, moet de verdeling via een openbare en eerlijke procedure verlopen om gelijke kansen te bieden.

De enige juridisch houdbare wijze om, zonder het gelijkheidsbeginsel te schenden, en al dan niet met terugwerkende kracht, een subsidie aan Prinsenhof te verlenen buiten de in voorbereiding zijnde Subsidieregeling grote restauraties om, zou zijn om te beargumenteren dat het hier gaat om een uniek geval. Gezien het feit dat er vele andere rijksmonumenten en musea zijn die met restauratie en/of een verbouwingsopgave te maken hebben valt dit niet hard te maken en vervalt deze mogelijkheid.

Subsidieverlening met terugwerkende kracht

Zoals aan uw Kamer toegezegd heb ik nagegaan of er eerdere subsidieregelingen voor de instandhouding van monumenten zijn geweest waarbij met terugwerkende kracht middelen zijn toegekend. Ik heb vastgesteld dat ook bij eerdere incidentele rijkssubsidieregelingen voor restauratie, zoals de Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten, de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2019-2020 en de Subsidieregeling restauratie 2018 alleen werkzaamheden die nog niet waren gestart in aanmerking kwamen voor subsidie. Dit gebeurde op basis van het uitgangspunt in het subsidierecht dat het doel van een subsidie is activiteiten te stimuleren die zonder subsidie niet of onvoldoende tot stand zouden komen.

Juridisch gezien zou het wel mogelijk zijn om in de in voorbereiding zijnde Subsidieregeling grote restauraties een uitzondering op dit uitgangspunt op te nemen, zodat ook een eigenaar die voorafgaand aan het in werking treden van de subsidieregeling al begonnen is met restauratiewerkzaamheden de mogelijkheid krijgt een aanvraag in te dienen. Dit geldt dan echter voor iedere eigenaar en kan niet alleen op Prinsenhof van toepassing worden verklaard. Daardoor zou dit leiden tot een ondoelmatige en inefficiënte inzet van belastinggeld op grotere schaal.

Uitzondering binnen het financieringsstelsel voor de monumentenzorg is de subsidie voor instandhouding van rijksmonumentale woonhuizen, oftewel de Woonhuisregeling. Bij deze regeling wordt de subsidie aangevraagd na afloop van de werkzaamheden. In de Woonhuisregeling is voor deze systematiek gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de systematiek van de vervallen fiscale monumentenaftrek. Daarbij is bij de Woonhuisregeling op voorhand zeker voor eigenaren dat zij voor subsidie in aanmerking kunnen komen. De regeling werkt namelijk zo dat bij overvraag het subsidiepercentage automatisch wordt verlaagd zodat iedereen die daar volgens de criteria voor in aanmerking komt subsidie krijgt.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gouke Moes