[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP) 2022-2026

Brief regering

Nummer: 2026D03404, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 16:14, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z01420:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Het kabinet onderstreept het belang van de bescherming en bevordering van mensenrechten. Dit is een verantwoordelijkheid van de overheid, het bedrijfsleven en de burger. Het Nederlandse bedrijfsleven spant zich in om mensenrechten te eerbiedigen, rechtstreeks en in internationale waardeketens. Veel Nederlandse bedrijven zien het belang in van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO), en zijn reeds lange tijd actief bezig met het verduurzamen van hun waardeketen.

Het Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten 2022-2026 (NAP) (Kamerstuk 32 735, nr. 344) vormt een integrale agenda voor bedrijfsleven en mensenrechten. Het geeft invulling aan de inzet van Nederland op dit terrein, gebaseerd op de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s). Het NAP draagt bij aan een gelijk speelveld voor Nederlandse bedrijven, weerbare internationale waardeketens en een stabiel handelssysteem. Dit zijn uitgangspunten die terugkomen in de Beleidsagenda buitenlandse handel “Nederland: welvarend en weerbaar” (Kamerstuk 36180, nr. 164) en de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk 36180, nr. 133). Het kabinet heeft zich in dat kader ook ingezet om regeldruk te verminderen voor bedrijven. Zo bereikten de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie op 9 december jl. een voorlopig politiek akkoord over Omnibus I, dat hieraan bijdraagt (Kamerstuk 36712, nr. 9).

Het NAP omvat 33 actiepunten, verdeeld over drie pijlers die zijn gebaseerd op de UNGP’s: 1) de verplichting van de staat om mensenrechten te beschermen, 2) de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om mensenrechten te respecteren en 3) het recht op effectieve remedie (Kamerstuk 32735, nr. 344). De actiepunten worden in de periode van 2022-2026 onder staand beleid uitgevoerd door de betrokken ministeries. Alle 33 actiepunten zijn voltooid of in uitvoering. Een aantal actiepunten betreffen doorlopende activiteiten die ook na de looptijd van het huidige NAP relevant blijven.

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang in 2025, conform de jaarlijkse toezegging. U bent in eerdere brieven reeds geïnformeerd over de voortgang in 2025 van verschillende onderdelen van het gevoerde beleid onder het NAP. Deze worden onder aan deze brief apart genoemd.

Pijler 1: De verplichting van de staat om mensenrechten te beschermen

In 2025 is de dialoog tussen het Nederlandse bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en lokale stakeholders, zoals ambassades en mensenrechtenverdedigers, versterkt. Dit gebeurde onder meer via het Breed Mensenrechtenoverleg en het brede handelsberaad.

Daarnaast dienen staten bijzondere aandacht te hebben voor mensenrechtelijke risico’s die ontstaan wanneer ondernemingen actief zijn in conflictgebieden. In dat kader is in 2025 gewerkt aan een handreiking die Nederlandse bedrijven handvatten biedt om hun gepaste zorgvuldigheidsprocessen aan te scherpen. Deze wordt begin 2026 gepubliceerd. Ook organiseerde het Nationale Contactpunt voor de OESO-richtlijnen (NCP) in december 2025 een evenement voor bedrijven, NGO’s en andere organisaties over verantwoord ondernemen in conflict- en risicogebieden. Deze bijeenkomst was gericht op kennisdeling, en toepassing van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO)(hierna OESO-richtlijnen).

Via ontwikkelingshulp worden Nederlandse bedrijven en hun toeleveranciers in productielanden ondersteund bij de uitvoering van relevante Europese IMVO-gerelateerde wet- en regelgeving zoals de Europese richtlijn voor gepaste zorgvuldigheid (Corporate Sustainability Due Diligence Directive, hierna CSDDD), de Ontbossingsverordening (EU Regulation on deforestation-free products, hierna EUDR) en de Europese Anti-dwangarbeidverordening (Forced Labour Regulation). In sectoren als cacao, palmolie en textiel zijn in multistakeholderverband best practices geïdentificeerd, gedeeld en opgeschaald op het gebied van gepaste zorgvuldigheid, met actieve betrokkenheid van productielanden.

Voorts wenden (semi-)overheden hun eigen inkoopkracht aan om met ketenverantwoordelijkheid en andere duurzaamheidsthema’s aan de slag te gaan. Het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen 2022-2025 is daartoe verlengd met 5 jaar (t/m 2030).

Nederland bevordert daarnaast de integratie van internationale kaders voor bedrijfsleven en mensenrechten in de Europese handelspolitiek.

Pijler 2: De verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om mensenrechten te respecteren

Op 26 februari jl. presenteerde de Europese Commissie het Omnibus I-voorstel, waarin aanpassingen aan de CSDDD werden voorgesteld om de regeldruk voor het bedrijfsleven te verminderen. Nederland heeft tijdens de onderhandelingen ingezet op een risicogebaseerde benadering, omdat deze beter aansluit bij de internationale standaarden zoals de OESO-richtlijnen en UNGP’s die een deel van de bedrijven al toepast. Dit voorkomt dat (MKB-)bedrijven te maken krijgen met onnodige informatieuitvragen en regeldruk. De risicogebaseerde benadering is stevig verankerd in het voorlopig politiek akkoord op Omnibus I (Kamerstuk 36712, nr. 9).

Ter voorbereiding op de Anti-dwangarbeidverordening, die op 13 december 2024 in werking is getreden, heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de landen en producten waar het risico op dwangarbeid het grootste is. Het rapport, genaamd “Assessing Forced Labour Risks in Dutch Imports1 helpt de beoogde toezichthouders, de Douane en bedrijven om zich adequaat voor te bereiden. Het rapport brengt ook in kaart hoe bedrijven producten met een hoog risico op dwangarbeid kunnen identificeren en prioriteren als onderdeel van hun due diligence inspanningen.

In 2025 heeft het MVO-steunpunt haar dienstverlening op verschillende manieren versterkt, bijvoorbeeld door middel van het subsidieprogramma verantwoord ondernemen MKB (SVOM) dat op 17 september jl. is toegevoegd aan de subsidieregelingen om bedrijven te ondersteunen.2 Deze regeling helpt het MKB bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid om risico’s voor mens en milieu te adresseren. Ook is er ingezet op communicatie, trainingen en tools, waarbij extra aandacht is besteed aan informatievoorziening en voorlichting inzake IMVO-wetgeving.3

Verder zijn in april en november 2025 respectievelijk de IMVO multistakeholdersectorovereenkomst voor de natuursteensector en de metaalsector gestart. Tevens werkt de textielsector aan twee modules, namelijk op het tegengaan van dwangarbeid en broeikasgasreducties. Dat doet het kabinet in nauwe samenwerking met de Sociaal Economische Raad (SER), vakbonden, maatschappelijke organisaties en de werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Pijler 3: Het recht op een effectieve remedie

De actiepunten onder pijler 3 richten zich op de door Staten te nemen maatregelen om te waarborgen dat personen die getroffen zijn door mensenrechtenschendingen door bedrijven binnen hun grondgebied en/of jurisdictie toegang hebben tot effectief herstel en/of verhaal.

In 2025 is gestart met de ontwikkeling van een digitale gids die informatie over remedie en herstel in Nederland bundelt. Daarnaast ondersteunt het ministerie van Buitenlandse Zaken sinds 2020 maatschappelijke organisaties via het beleidskader voor het versterken van het maatschappelijk middenveld wereldwijd. Dit beleidskader is eind 2025 afgelopen. Een sterk maatschappelijk middenveld is essentieel bij het signaleren van misstanden en het ondersteunen van betrokkenen bij mensenrechtenschendingen door bedrijven. Dit belang wordt mede ondersteund door het nieuwe beleidskader voor de samenwerking met maatschappelijke organisaties, dat vanaf 2026 start, genaamd Focus 2026-2030 (Kamerstuk 36 180, nr. 168).

In 2025 zijn de IMVO-voorwaarden verduidelijkt en vereenvoudigd met lastenverlichting voor bedrijven als doel. Zo is het aantal voorwaarden verminderd van elf naar drie onderdelen, met de OESO-richtlijnen als basis4. Ook is verduidelijkt dat Nederlandse bedrijven, wanneer van toepassing, een lopende NCP-klacht moeten melden en medewerking verlenen aan het NCP om in aanmerking te komen voor het bedrijfsleveninstrumentarium van het ministerie van Buitenlandse Zaken5.

Tevens is door de Raad van Rechtsbijstand gewerkt aan betere bekendheid van reguliere rechtsbijstand voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen, door het actief onder de aandacht te brengen bij alle sociaal advocaten.6

Over de andere actiepunten uit het NAP is uw Kamer reeds eerder geïnformeerd. Het gaat daarbij om de kabinetsreactie op de IOB-evaluatie van het Nederlandse mensenrechtenbeleid, waarin is vastgelegd dat input van maatschappelijke organisaties en andere externe deskundigen kan worden meegenomen in de voorlichting aan bedrijven in geval van hoog risico op mensenrechtenschendingen. Ook bent u eerder door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geïnformeerd over de modernisering van artikel 273f van het Wetboek, waarmee de aanpak van mensenhandel en arbeidsuitputting wordt vergemakkelijkt (Kamerstuk 36547), en over de uitkomsten van de evaluatie van de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie (WAMCA) (Kamerstuk 29279, nr. 1002).

Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,





Aukje de Vries