Toezegging tijdens het debat Wet chartaal betalingsverkeer van 14 januari 2026 over transactiekosten Geldmaat en appreciatie het amendement van het lid Ergin over een grondslag voor regels over het waarborgen van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor kwetsbare groepen (Kamerstuk 36711-34)
Brief regering
Nummer: 2026D03312, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 14:00, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z01392:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-29 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 14 januari jl. vond het plenaire debat plaats over de Wet chartaal betalingsverkeer. Tijdens dit debat heb ik toegezegd de Kamer voor de stemmingen van 27 januari te informeren over een nieuwsbericht over transactiekosten bij geldopnamen met een buitenlandse bankpas.1 Met deze brief kom ik terug op deze toezegging. Ook geef ik een schriftelijke appreciatie van het op 15 januari ingediende amendement van het lid Ergin over de toegankelijkheid van contant geld.
Transactiekosten geldopnamen met een buitenlandse bankpas
Tijdens het debat werd mij gevraagd te reageren op een nieuwsbericht over transactiekosten bij het opnemen van contant geld met een buitenlandse bankpas. Naar aanleiding hiervan heb ik contact gehad met Geldmaat en De Nederlandsche Bank (DNB). Uit dit contact bleek dat Geldmaat sinds 8 december jl. bij geldopnamen met betaalpassen van banken die niet in Nederland, maar wel binnen de Europese Economische Ruimte (EER) zijn gevestigd, een transactietarief hanteert van € 4 per opname. Volgens Geldmaat hangt dit tarief samen met hogere kosten die zij maakt voor transacties met niet-Nederlandse EER-banken.
De Wet chartaal betalingsverkeer introduceert tariefregels voor geldopnamen, waarbij voor particuliere rekeninghouders een nultarief en voor zakelijke rekeninghouders een maximumtarief geldt. Deze tariefregels zijn van toepassing op alle banken met meer dan 50.000 rekeninghouders die in Nederland zijn gevestigd of wonen, ongeacht of de bank zelf in Nederland is gevestigd. De door Geldmaat ingevoerde transactiekosten voor geldopnamen met betaalpassen van niet-Nederlandse EER-banken leidt tot verschillen in de kosten voor rekeninghouders in Nederland en ondergraaft daarmee het uitgangspunt van de tariefregulering zoals beoogd in de Wet chartaal betalingsverkeer.
Omdat het tarief rechtstreeks door Geldmaat aan de rekeninghouder wordt doorberekend, valt deze situatie momenteel buiten de reikwijdte van het wetsvoorstel. Met de bij deze brief gevoegde nota van wijziging wordt dit punt alsnog onder de reikwijdte van de tariefregulering gebracht, zodat ongewenste tariefverschillen worden voorkomen.
Appreciatie amendement-Ergin (DENK) over toegankelijkheid
Op 15 januari is er een aanvullend amendement ingediend door het lid Ergin om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor bepaalde kwetsbare groepen juridisch vast te leggen.
Net als de indiener vind ik het belangrijk dat het betalingsverkeer toegankelijk is. Toch ontraad ik op dit moment het amendement om een aantal redenen. Allereerst draagt deze wet voor een bredere doelgroep bij aan de toegankelijkheid van het betalingsverkeer door het opnemen van tariefregulering, beschikbaarheid- en bereikbaarheidseisen. Dat borgt ook toegankelijkheid van contant geld voor mensen in een kwetsbare positie. Ten tweede ben ik van mening dat niet alleen de toegankelijkheid van contant geld belangrijk is, maar de toegankelijkheid van het gehele betalingsverkeer. Tot slot zijn er al diverse trajecten waarmee de specifieke behoeften van mensen in een kwetsbare positie worden geadresseerd. In de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, die op 28 juni 2025 van toepassing is geworden, worden aanvullende eisen gesteld aan de toegankelijkheid van onder andere geldautomaten en pinterminals voor personen met een handicap. Daarnaast zet de sector, in samenwerking met consumentenorganisaties, momenteel diverse stappen om het betalingsverkeer toegankelijker te maken. In de vergadering van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB)2 van mei vorig jaar hebben de banken en Geldmaat hun individuele en gezamenlijke verbeteracties gepresenteerd. De voortgang hiervan monitor ik via het MOB. Mocht in mei van dit jaar blijken dat de genomen acties van de sector niet toereikend zijn, dan heb ik al eerder toegezegd om te kijken naar andere mogelijkheden om de toegankelijkheid te waarborgen, bijvoorbeeld via regulering.3 Ik bied uw Kamer in juni de voortgangsrapportage van het MOB aan en zal dan ook toelichten of en welke aanvullende acties wenselijk zijn.
Gezien de lopende acties vind ik het niet wenselijk om nu een dergelijke grondslag op te nemen. Daarom ontraad ik dit amendement.
Hoogachtend,
de minister van Financiën,
E. Heinen