[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Actuele ontwikkelingen Gebruik Diepe Ondergrond

Brief regering

Nummer: 2026D03276, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 13:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z01369:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter, 

Het gebruik van de diepe ondergrond is van cruciaal belang voor zowel de energievoorziening van vandaag als ook voor de toekomst. Het benutten daarvan vraagt om een veilige en verantwoorde aanpak, met oog voor de omgeving en samenhang met de bovengrond. Het is daarom van belang om samen op te trekken met medeoverheden en aandacht te hebben voor lokale belangen. Met deze brief informeert het kabinet de Kamer op een aantal onderwerpen op dit terrein over de voortgang.

Opslag van waterstof 

De opslag van waterstof speelt een cruciale rol in de energietransitie en is een essentiële schakel in het kunnen functioneren van de toekomstige waterstofketen. Op 4 juli 2025 heeft het kabinet de Kamer de Nationale agenda ondergrondse waterstofopslag gestuurd. Opslag levert belangrijke functies voor de voorzieningszekerheid, de efficiënte werking van de markt en het energiesysteem. De agenda benadrukt de noodzaak van opslag en bevat een adaptieve strategie richting 2035-2040. Het ontwikkelen van cavernes voor opslag kent een lange doorlooptijd (10 tot 15 jaar). Het is daarom belangrijk tijdig te starten. In het meest conservatieve scenario zit Nederland nu op de onderste bandbreedte van het groeipad1.. Onderdeel van de agenda is te komen tot de realisatie van opslagcavernes in Zuidwending. 

 

De provincie Groningen, de gemeenten Veendam en Pekela en het ministerie van KGG werken gezamenlijk aan een toekomstvisie voor de huidige en mogelijke toekomstige activiteiten in Zuidwending. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. In het gebied komen immers diverse mijnbouwactiviteiten samen, waaronder zoutwinning, aardgasopslag en toekomstige waterstofopslag. Daarnaast spelen er andere ontwikkelingen: woningbouw, recreatie en zandwinning. Al deze ontwikkelingen brengen niet alleen opgaven met zich mee, maar bieden ook belangrijke kansen voor de regio. Denk hierbij aan het versterken van werkgelegenheid, leefbaarheid, sociaaleconomische structuur, innovatie, kennisontwikkeling en de verduurzaming van de industrie. In een in te richten omgevingsproces worden ook de zorgen, wensen en verwachtingen van inwoners besproken en waar mogelijk meegenomen in de uitwerking. Ter bekrachtiging van dit omgevingsproces heeft het Kabinet op 8 december 2025 in Zuidwending, samen met bestuurders van gemeenten Veendam, Pekela en de provincie Groningen, bijgaande intentieverklaring (bijlage 1) getekend voor de uitvoering van het omgevingsproces.

 

Eén van de projecten in Zuidwending is HyStock: waterstofopslag in vier ondergrondse zoutcavernes. Dit project is van Nationaal Belang verklaard in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Voor de realisatie van het project is financiële steun vanuit de overheid noodzakelijk om projectrisico’s af te dekken. Het project wordt namelijk voor de markt uit gerealiseerd en is het eerste in zijn soort. De steun is voorzien in de vorm van subsidie onder aanwijzing van een Dienst voor het Algemeen Economisch Belang (DAEB). Onder de DAEB-regeling zullen volgens planning de belangrijkste financiële risico’s worden afgedekt en hiermee wordt het voor Gasunie mogelijk om tijdig de investeringsbeslissingen te kunnen nemen zodat de eerste caverne wordt opgeleverd in 2031 en de vierde en laatste in 2037. De voorbereidende projectwerkzaamheden door Gasunie lopen op schema. De beschikking zal naar verwachting medio 2026 worden afgegeven, indien en nadat de benodigde middelen hiertoe zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer in het meerjarenprogramma 2027 (MJP 2027) van het Klimaat- en energiefonds. Daarnaast onderzoekt het kabinet op dit moment of en hoe negen aanvullende cavernes geschikt zijn voor waterstofopslag

 

Stimulering aardwarmte 

Op 4 juli 2025 (31239, nr. 427) is de Kamer geïnformeerd over het kabinetsbeleid rondom de stimulering van aardwarmte in Nederland en de uitdagingen die zich daarbij in alle schakels van de keten voordoen. Aangekondigd is dat het Rijk een meer regisserende rol op zich neemt. Inmiddels is de Rijksregisseur stimulering aardwarmte gestart. De Rijksregisseur heeft als rol om partijen te verbinden, helder te krijgen wat de thema’s zijn waardoor de inzet van aardwarmte nog onvoldoende van de grond komt, daarvoor een handelingsperspectief te formuleren en de daarbij horende rollen en verantwoordelijkheden. Dit vindt plaats in nauwe afstemming met de stakeholders. De oplevering hiervan is voorzien voor de zomer van 2026.

Een andere manier waarop aardwarmte gestimuleerd wordt is het lage temperatuur Geothermie (LTG) versnellingsprogramma dat ingevuld is in samenwerking met de aardwarmte sector en kennisinstellingen. Dit programma richt zich op de versnelling en opschaling van LTG (dieptebereik 500-1500 meter) door middel van realisatie van commerciële projecten, proefboringen en kennisopbouw in de periode 2025–2029.   

 

Daarnaast is afgelopen periode het SCAN-programma geëvalueerd. Het rapport treft de Kamer bijgaand (bijlage 2) aan. Met het SCAN-programma waarvan het vierde en vooralsnog laatste deel nog doorloopt tot medio 2027, wordt in beeld gebracht wat de potentie van de diepe ondergrond is in gebieden waar nog weinig kennis van de ondergrond is. Doel daarmee is ook de investeringsbereidheid van marktpartijen te vergroten. De evaluatie laat zien dat SCAN heeft bijgedragen aan het verkleinen van geologische onzekerheden en het vergroten van de kennis over de ondergrond. Het effect op de investeringsbereidheid is minder eenduidig: hoewel het programma risico’s reduceert, neemt het deze niet volledig weg. Met name resterende onzekerheden rond de geologie, schaalbaarheid, vollooprisico, kosten en projectrendement blijven bepalend voor private investeringsbeslissingen. In het kader van het versnellingstraject verkent de overheid hoe publieke middelen het meest effectief kunnen worden ingezet om de ontwikkeling van geothermie te ondersteunen, waarbij wordt gekeken naar de balans tussen risicodeling, marktprikkels en publieke regie. 

Er is verkend of de RNES opnieuw kan worden opengesteld. Daarbij is de evaluatie Garantieregeling Aardwarmte (RNES) (bijlage 3) betrokken. Daaruit blijkt dat de RNES in het verleden effectief heeft gewerkt maar ook dat de effectiviteit is afgenomen door veranderende marktomstandigheden. Daardoor draagt de RNES in de huidige vorm niet meer bij aan de gewenste versnelling en is besloten de RNES niet in huidige vorm open te stellen voor 2026.
 

Gaswinning in Veenweidegebieden  

Hoewel het gebruik van de ondergrond voor waterstofopslag en aardwarmte een onmisbare rol speelt in de energietransitie, blijft ook de gaswinning in de komende jaren nodig voor onze energievoorziening. Onder andere in Friesland bevinden zich meerdere kleine gasvelden.  

 

De provincie Friesland heeft halverwege 2025 zich uitgesproken tegen de gaswinning in de Veenweidegebieden. In deze gebieden treedt naast diepe bodemdaling door gaswinning ook autonome ondiepe bodemdaling op. Omdat er nog onzekerheden bestaan over de precieze bijdrage van beide vormen van bodemdaling en over de langetermijneffecten van gaswinning in veenweidegebieden, hebben het Rijk en de Friese decentrale overheden besloten hier gezamenlijk onderzoek naar te doen. In mei 2025 heeft het onderzoeksbureau Deltares een eerste onderzoek naar de mate van gaswinningsbodemdaling en ondiepe bodemdaling in veenweidegebieden gepubliceerd2. Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de effecten van bodemdaling sterk locatieafhankelijk zijn, wat het belang onderstreept van een zorgvuldige locatie specifieke afweging met betrokkenheid van Friese overheden. Deze afweging wordt uiteraard bij iedere vergunningsaanvraag opnieuw gemaakt; de winning zal uitsluitend worden toegestaan wanneer deze veilig en verantwoord kan worden uitgevoerd. In nauwe afstemming met de Friese overheden start begin 2026 een driejarig vervolgonderzoek, uitgevoerd door Deltares en TNO. Het onderzoek richt zich op een gezamenlijke analyse van de directe en indirecte negatieve effecten van diepe bodemdaling met het oog op het beheersen en/of verminderen van de effecten. De focus ligt in het eerste jaar op de directe en indirecte effecten van diepe en ondiepe bodemdaling in de veenweidegebieden in de provincie Friesland. De eerste resultaten hierover worden begin 2027 verwacht. In de volgende jaren zal onderzoek worden gedaan naar de impact van activiteiten in de diepe ondergrond onder Veenweidegebieden over het gehele land.

Rapport IEA

In het Commissiedebat Gasmarkt & Leveringszekerheid (14 januari 2026) heeft het kabinet toegezegd te reageren op de vraag van Lid Van Oosterhout (GL-PVDA)over de rapportage “The Oil and Gas Industry in Net Zero Transitions” van het Internationaal Energieagentschap (uit november 2023). In dit rapport wordt niet gesteld dat de prijzen omhoog gaan met 25% als ieder land het uiterste gaat doen om zijn eigen olie en gas te winnen, maar dat de kosten dan met 25% toenemen. Dat klinkt logisch, want het zal dan veelal om kleine hoeveelheden gaan die vaak slechts tegen hoge kosten te winnen zijn. Bovendien raakt de markt dan meer gefragmenteerd en ook dat kan/zal een kosten opdrijvend effect hebben. Wat dit alles voor de prijs zal betekenen is echter niet te zeggen en dat doet het IEA ook niet.

Injectie productiewater Borgsweer

Na een strafrechtelijke onderzoek heeft het Openbaar Ministerie (OM) de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) vervolgd voor het zonder vergunning injecteren van productiewater in de diepe ondergrond. In oktober 2025 heeft de rechtbank Overijssel de NAM vrijgesproken van het plegen van alle ten laste gelegde milieudelicten. Het OM is hiertegen in hoger beroep gegaan. Dit beroep loopt nog.

 

Ondertussen is op 30 december 2025 het Circulair Materialen Plan van kracht geworden. Onderdeel daarvan is de Leidraad injectie activiteiten bij de winning van olie en gas3. In deze Leidraad zijn bestuursrechtelijke adviezen verwerkt die het OM aan KGG heeft gegeven naar aanleiding van hun onderzoek in 2023. Op basis van deze Leidraad, twee onderzoeken van SodM4 5 en de adviezen van het Openbaar Ministerie is het kabinet begonnen de vergunning voor waterinjectie te Borgsweer te actualiseren en heeft eenieder de gelegenheid daarop te reageren. Naar verwachting zal deze vergunning in Q2 van 2026 gepubliceerd worden. 

 

Gebiedsproces Schoonebeek 

In 2022 is een pilot gestart om met behulp van een gebiedsproces de herstart van oliewinning en het injecteren van het bijbehorende productiewater in de ondergrond in Schoonebeek te faciliteren. Het gebiedsproces is inmiddels in een afrondende fase beland en het Bestuurlijk overleg Schoonebeek heeft daarover bijgaande brieven gestuurd (bijlage 4 en 5).

In deze brieven wordt uiteengezet dat vorig jaar alle vergunningen zijn verleend voor het boren en in gebruik nemen van vier waterinjectieputten op de twee locaties in Schoonebeek. Ook is gewerkt aan een toezeggingendocument waarin zoveel mogelijk wensen en zorgen van de omgeving zijn meegenomen. Het gaat om afspraken over monitoring, communicatie, voorkomen van overlast, schade afhandeling, technische eisen en natuur en milieu. In overleg met de deelnemers is afgesproken dat er een ‘Eulietaofel’ (olietafel) wordt opgericht waarin op een laagdrempelige manier alle informatie hierover samenkomt en gedeeld wordt. De eerste bijeenkomst van de Eulietaofel wordt begin 2026 georganiseerd onder voorzitterschap van een onafhankelijk voorzitter uit de regio. Ook in het bijdragespoor is veel werk verricht. Met de NAM zijn afspraken gemaakt over een substantiële bijdrage aan het gebied gekoppeld aan de hoeveelheid te winnen olie. Om deze middelen goed te laten landen in de regio, is een gebiedsfonds in de vorm van een Stichting in oprichting. De gemeenten Emmen en Coevorden zijn hier ook nauw bij betrokken. Recent is het gebiedsproces in Schoonebeek geëvalueerd. Bijgaande (bijlage 6) evaluatie geeft een aantal aanbevelingen voor het voeren van gebiedsprocessen, bijvoorbeeld om altijd te starten met een goede en gedegen voorbereiding van het proces, zoals een vooronderzoek. Deze lessen worden meegenomen in volgende gebiedsprocessen.

Tot slot 

De onderwerpen in deze brief laten zien dat wordt ingezet op een aanpak waarin veiligheid, zorgvuldigheid en samenwerking bij het gebruik van de diepe ondergrond centraal staan. Het kabinet acht het belangrijk om blijvend oog te houden voor de omgeving en de belangen die daar spelen. De lessen die uit voorgaande trajecten worden geleerd, zullen dan ook worden benut en door vertaald naar andere projecten, zodat toekomstige ontwikkelingen verder kunnen bouwen op opgedane kennis en ervaring. 

 

 

 

 

 

Sophie Hermans

Minister van Klimaat en Groene Groei