[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Evaluatie Commissie Mijnbouwschade en schadeafhandeling Ekehaar

Mijnbouw

Brief regering

Nummer: 2026D03176, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-26 13:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32849 -294 Mijnbouw.

Onderdeel van zaak 2026Z01325:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

De diepe ondergrond speelt een cruciale rol in de huidige en toekomstige energievoorziening. Het is essentieel dat het gebruik ervan veilig en verantwoord gebeurt. Als er desondanks toch schade ontstaat, is het van fundamenteel belang dat deze op een onafhankelijke, toegankelijke en adequate wijze wordt beoordeeld en afgehandeld. Om dit te waarborgen is de Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM) ingesteld.

De CM neemt meldingen van bewoners en kleine bedrijven in behandeling over mogelijke fysieke schade aan gebouwen door bodembeweging als gevolg van zoutwinning, opslag van stoffen in zoutcavernes en olie- en gaswinning of uit olie- en gasopslag in kleine velden (hierna: mijnbouwschade). De CM ondersteunt schademelders en bedrijven door onafhankelijk advies te geven over de vraag of er sprake is van mijnbouwschade en, zo ja, wat de hoogte van het schadebedrag is dat door de mijnbouwonderneming aan de schademelder moet worden vergoed. Mijnbouwondernemingen hebben zichzelf verplicht om het advies op te volgen en de door de Commissie vastgestelde schadevergoedingen te betalen1. In het Instellingsbesluit van de Commissie Mijnbouwschade is bepaald dat er jaarlijks een evaluatie plaatsvindt van de behandeling van schademeldingen door de CM2.

De evaluaties voor de periodes juli 2023 – juni 2024 en juli 2024 – juni 2025 zijn uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys (bijgevoegd). Binnen deze periode heeft de CM voor het eerst sinds haar oprichting te maken gekregen met een aardbeving bij een klein gasveld. De CM heeft vastgesteld dat de drie aardbevingen (met kracht van 2.2, 1.3 en 1.9 op de schaal van Richter) bij Ekehaar in het gasveld Eleveld (van oktober 2023) schade hebben veroorzaakt of verergerd op 29 adressen. In geen van de gevallen was de constructieve veiligheid van het gebouw aangetast, zodat er geen acuut gevaar bestond voor de bewoners. Het ingeschakelde onderzoeksbureau heeft vooral schade in de vorm van scheuren in metselwerk en afwerkingsmaterialen of naden tussen verschillende bouwdelen aangetroffen. Het ging hierbij bijna altijd om bestaande schade die door de bevingen was verergerd. Per adres gaat het om vergoedingen tussen de € 537 en € 16.178 (inclusief bijkomende kosten zoals bijvoorbeeld schoonmaakkosten).

Dit is de eerste keer sinds de oprichting in 2020 dat de Commissie Mijnbouwschade schade door activiteiten in de diepe ondergrond vaststelt en toekenning van schadevergoeding adviseert. Daarom heeft de CM besloten om – naast de jaarlijkse evaluatie door Ecorys - ook eigenstandig verslag uit te brengen over de afhandeling van de schademeldingen.

Naar aanleiding van de bevingen heb ik een werkbezoek aan Ekehaar gebracht om persoonlijk in gesprek te gaan met inwoners en het lokale bestuur. Dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd in de lokale gevolgen van de bevingen. Tijdens het werkbezoek heb ik uit eerste hand kunnen horen wat de weerslag van de bevingen is geweest en hoe de afhandeling van mijnbouwschade is ervaren door de inwoners van Ekehaar en het lokaal bestuur. Wat mij daarbij trof, is dat mensen zich niet gehoord voelen en het gevoel hebben onvoldoende serieus genomen te worden waar het gaat om de gevolgen van de bevingen.

Bij de instelling van de CM is beoogd een landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade te ontwerpen die laagdrempelig, transparant, onafhankelijk en snel is en waarin de burger centraal staat. Voor het eerst zien we nu hoe deze aanpak in de praktijk uitpakt. Samengevat leren de evaluatie van Ecorys, mijn werkbezoek en het verslag van de CM ons dat de landelijke aanpak in lijn met de gemaakte afspraken functioneert en dat de aanpak inderdaad een laagdrempelige, transparante, onafhankelijke en snelle afhandeling van mijnbouwschade biedt. Tegelijkertijd blijkt in de praktijk dat de ontworpen aanpak niet altijd voldoet aan de verwachtingen van schademelders.

Op basis van de opgedane inzichten bij de eerste keer dat de CM positief adviseert over het toekennen van schadevergoedingen, is het goed om te kijken of de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade verbeterd kan worden. In het vervolg van deze brief wordt ingegaan op de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van Ecorys, de inzichten uit mijn werkbezoek en het verslag van de CM. Ten slotte wordt beschreven hoe hier opvolging aan wordt gegeven.

Opvolging evaluatie Ecorys en inzichten CM
De onderzoekers van Ecorys zijn tot een aantal aanbevelingen aan het ministerie van Klimaat en Groene Groei gekomen. Hieronder worden deze aanbevelingen uiteengezet en wordt ingegaan op hoe het kabinet opvolging aan geeft aan de aanbevelingen van Ecorys en het verslag van de CM.

De meest fundamentele aanbevelingen van de onderzoekers zien op de geschetste beperkingen in de schadeafhandeling die voortkomen uit de op het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht gebaseerde systematiek. Ook de CM wijst in haar verslag op dit punt. De onderzoekers van Ecorys adviseren om binnen de huidige systematiek te bezien of er meer ruimte gecreëerd kan worden zodat bijvoorbeeld hogere schadevergoedingspercentages kunnen worden uitgekeerd. In haar verslag trekt de CM een vergelijkbare conclusie, namelijk dat de onvrede onder schademelders kan worden weggenomen als de Commissie in de toekomst de mogelijkheid krijgt om schade, ook als deze gedeeltelijk een andere oorzaak dan bodembeweging als gevolg van mijnbouw heeft, niet gedeeltelijk maar in het geheel te vergoeden.

De onderzoekers van Ecorys geven daarnaast aan dat er een betere balans tussen vergoedingen en uitvoeringskosten gerealiseerd kan worden. De onderzoekers wijzen hierbij op de mogelijkheid om artikel 7 van de protocollen bij het instellingsbesluit makkelijker en zonder toestemming van de mijnbouwondernemingen toepasbaar te maken. Hierdoor is dan niet langer bij elke schademelder causaliteitsonderzoek op locatie nodig. Binnen de huidige systematiek kan de CM echter niet zelfstandig tot de toepassing van artikel 7 over gaan, dit vraagt om de instemming van de betrokken mijnbouwonderneming. Ook de CM adviseert in haar verslag om te onderzoeken of toepassing van artikel 7 minder afhankelijk kan worden van instemming van de onderneming.

Verder adviseren de onderzoekers van Ecorys om te overwegen of de huidige civielrechtelijke systematiek nog passend is, of dat een ruimere systematiek mogelijk is, met meer ruimte om inwoners te helpen bij het herstellen van hun schade en minder nadruk op het calculeren van precieze schadebedragen. De onderzoekers benadrukken hierbij om de juridische en financiële gevolgen van een dergelijke aanpassing mee te wegen.

Het kabinet is van mening dat de huidige aanpak – waarbinnen de CM langs de lijnen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht tot schadevergoedingen komt – functioneert overeenkomstig de gemaakte afspraken. In de praktijk blijkt echter dat niet in alle gevallen van schadevergoeding voldoende zijn om schade goed te herstellen en onvoldoende aansluit bij het rechtsvaardigheidsgevoel van schademelders. Het kabinet vindt het daarom wenselijk om te bezien of de landelijke aanpak kan worden verbeterd. Daarbij ziet het kabinet op twee concrete punten mogelijkheden. Ten eerste zou voor de CM ruimte gecreëerd kunnen worden om hogere schadevergoedingspercentages te kunnen adviseren. Daarnaast zou een betere verhouding tussen uitgekeerde schadevergoedingen en onderzoekskosten gerealiseerd kunnen worden. Besluitvorming hierover is echter aan een volgend kabinet.

De onderzoekers van Ecorys signaleren dat deze aanpassingen zowel binnen als buiten de bestaande systematiek van de CM doorgevoerd zouden kunnen worden. Het kabinet vindt het positief dat de CM de ongelijke positie van schademelders ten opzichte van mijnbouwondernemingen verhelpt. Dit was het centrale uitgangspunt bij de oprichting van de Commissie Mijnbouwschade. Wat het kabinet betreft zou hier op voortgebouwd moeten worden. Daarnaast vindt het kabinet het vanuit een rechtvaardigheidsoogpunt van groot belang dat de mijnbouwondernemingen die verantwoordelijk zijn voor ontstane schade hier ook de herstelkosten voor dragen. Wanneer de oplossing buiten de huidige systematiek gezocht wordt, concluderen de onderzoekers terecht dat een deel van de hogere schadevergoeding door publieke middelen opgebracht moet worden. Mijnbouwondernemingen zijn wettelijk immers enkel verplicht om schade tot de hoogte die het civiel aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht voorschrijft te vergoeden.

Het kabinet wil samen met de mijnbouwondernemingen verkennen of binnen de huidige systematiek van de CM ruimte gecreëerd kan worden om hogere schadevergoedingspercentages uit te keren. Ook wil het kabinet samen met de mijnbouwondernemingen onderzoeken hoe er een betere balans gevonden kan worden tussen schadevergoedingen en uitvoeringskosten. In dit kader zal ook de suggestie uit het verslag van de CM besproken worden en bezien worden of niet alle onderzoekskosten binnen het beoordelingsgebied van een beving door de mijnbouwonderneming vergoed dienen te worden. Verder onderstreept het kabinet het advies van zowel Ecorys als de CM aangaande de toepassing van artikel 7, daarom wil het met de mijnbouwondernemingen in kaart brengen of de inzet van dit artikel minder afhankelijk kan worden van de mijnbouwondernemingen.

Tot slot
Samenvattend ziet het kabinet dat de landelijke aanpak waarbinnen de CM zorgdraagt voor de afhandeling van mijnbouwschade in de praktijk niet volledig voldoet aan de verwachtingen. De signalen uit de regio, het verslag van de CM en de evaluatie van Ecorys zijn voor het kabinet redenen om de landelijke aanpak van schadeafhandeling te willen verbeteren en hierover verkennende gesprekken met mijnbouwondernemingen op te starten. Besluitvorming hierover is uiteindelijk aan een volgend kabinet.

Sophie Hermans

Minister van Klimaat en Groene Groei