Melkkoe met antistoffen tegen vogelgriep
Vogelpest (Aviaire influenza)
Brief regering
Nummer: 2026D03167, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-26 16:53, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 28807 -323 Vogelpest (Aviaire influenza).
Onderdeel van zaak 2026Z01319:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-02-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)
Nr. 323 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2026
Via deze brief informeer ik de Kamer, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over de situatie rondom een melkkoe met antistoffen tegen vogelgriep (hoogpathogene aviaire influenza, HPAI). Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor actieve viruscirculatie van vogelgriepvirus onder de melkkoeien op dit bedrijf in de gemeente Noardeast-Fryslân (provincie Fryslân). Ook zijn er geen signalen van de verspreiding van vogelgriep bij andere melkveebedrijven. Ik doe op dit moment vervolgonderzoek en ik heb alle betrokkenen gevraagd om alert te zijn op mogelijke signalen.
Situatie
De NVWA heeft op 24 december 2025 een melding ontvangen over twee zieke katten. Eén van deze katten is positief getest op vogelgriep. De betreffende kat is op 26 december 2025 overleden. De tweede kat testte negatief en is volledig hersteld. Uw Kamer heb ik hierover geïnformeerd via mijn brief van 13 januari jl. met Kamerstuk 28 807, nr. 322. Naar aanleiding van deze melding is bron- en contactonderzoek gedaan door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Hieruit is een relevant contact met een melkveebedrijf naar voren gekomen, de betreffende kat was van dit melkveebedrijf afkomstig.
Op 15 januari is het melkvee op dit bedrijf gescreend. Bij een aantal van de aanwezige koeien zijn melkmonsters afgenomen, ook is er een monster genomen van de tankmelk. Ten tijde van de bemonstering waren er geen dieren met ziekteverschijnselen aanwezig op het bedrijf. De monsters zijn verstuurd naar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) voor onderzoek. De uitslagen van de PCR-testen, waarmee virus kan worden aangetoond in de melk, waren van zowel de individuele monsters als het tankmelkmonster negatief. Daarmee is vastgesteld dat er geen virus aanwezig was onder het melkvee op het bedrijf.
Daarnaast is onderzoek gedaan op de monsters naar de aanwezigheid van antistoffen. Op 20 januari heeft het WBVR gemeld dat één koe antistoffen tegen vogelgriep H5N1 bleek te hebben. De aanwezigheid van antistoffen duidt op een doorgemaakte infectie met het virus. De betreffende koe had in december te maken gehad met uierontsteking en ademhalingsproblemen. Dit zijn verschijnselen die kunnen worden gezien bij een melkkoe met een vogelgriepinfectie. Op het moment van monstername was deze koe genezen.
Naar aanleiding van deze positieve antistoffentest heeft de NVWA het bedrijf op 22 januari opnieuw bezocht. Bij dit bezoek zijn bij alle aanwezige runderen bloed- en melkmonsters afgenomen. Ook is opnieuw een tankmelkmonster genomen. Vandaag, 23 januari 2026, zijn de PCR-uitslagen binnengekomen van deze testen. Op vijf monsters na zijn alle individuele PCR testen negatief. Ook de tankmelk was PCR-negatief. De vijf resterende individuele melkmonsters hebben een testfout opgeleverd in het laboratorium en worden dit weekend opnieuw getest. Op basis van de tot nu toe bekende PCR-uitslagen, van vorige week en van vandaag, is er geen aanwijzing voor actieve viruscirculatie van vogelgriep onder het melkvee op het bedrijf. Dit weekend volgen de vijf laatste PCR-uitslagen. Indien hier onverhoopt een positief resultaat uit volgt, zal ik de Kamer hier direct over informeren.
Daarnaast zullen in de loop van volgende week de uitslagen volgen van het onderzoek naar de antistoffen. De onderzoeken naar de antistoffen zijn van belang om vast te stellen of meer dieren in aanraking zijn geweest met het virus wat kan duiden op viruscirculatie in het verleden. Andere zoogdieren op het bedrijf (zoals honden, katten en paarden) hebben op dit moment geen ziekteverschijnselen.
Vogelgriep bij melkvee
Antistoffen tegen vogelgriep zijn, voor zover bekend, nog niet eerder aangetoond bij melkvee in Europa. Sinds maart 2024 zijn er echter veel uitbraken met vogelgriep onder melkvee in de Verenigde Staten geweest (Kamerstuk 28807, nr. 298). Het virus dat deze uitbraken in melkvee in Amerika veroorzaakt, is tot zover bekend niet in Europa aangetroffen.
De symptomen die koeien met vogelgriep laten zien, zijn voornamelijk verminderde melkproductie, koorts, verlies van eetlust en dikke verkleurde melk. Het vogelgriepvirus wordt bij koeien voornamelijk uitgescheiden via de melk. De meeste melkkoeien herstellen na een infectie en komen na verloop van tijd weer terug op hun oude melkproductie niveau. Ook is het mogelijk dat een koe besmet met vogelgriep geen ziekteverschijnselen vertoont, ook in dat geval scheidt de koe vaak wel virus uit. Een besmette koe scheidt tot ongeveer twee weken na infectie besmettelijk virus uit. Deze symptomen komen voort uit de ervaringen in de VS.1
Naar aanleiding van de grote hoeveelheid uitbraken van vogelgriep onder melkkoeien in de VS is begin 2025 een beleidsdraaiboek HPAI bij melkkoeien2 opgesteld.
Veiligheid van de melk
Al eerder heeft Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek van de NVWA (BuRO) op verzoek van het ministerie van VWS onderzoek gedaan naar de beheersing van voedsel- en voederveiligheidsrisico’s van HPAI-virus in de melk3. In dit onderzoek wordt bevestigd dat het pasteuriseren van de melk het aanwezige vogelgriepvirus volledig inactiveert. De melk is dan veilig voor humane consumptie en vormt geen risico voor de volksgezondheid en verspreiding van het virus. Het is belangrijk dat rauwe melk en rauwmelkse zuivelproducten van met vogelgriep besmette koeien niet worden geconsumeerd.
Monitoring melkvee
Een individuele besmetting van een melkkoe met vogelgriepvirus kan voorkomen. Het is belangrijk om te weten of dit tot verspreiding binnen en tussen bedrijven leidt. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat dit het geval is. De basismonitoring diergezondheid voert een zogenaamde syndroomsurveillance uit, waarbij wekelijks landelijk en regionaal op basis van tankmelkleveranties wordt gemonitord of sprake kan zijn van diergezondheidsproblemen bij melkvee. Dit is een gevoelig instrument welke met name waarde heeft wanneer nieuwe aandoeningen spelen die geen specifieke of opvallende verschijnselen geven. Daarnaast wordt in de basismonitoring gebruik gemaakt van pathologisch onderzoek en kunnen bij de Veekijker onbegrepen problemen gemeld worden. Daarmee is het ook mogelijk individuele verdenkingen van een besmetting met vogelgriep te vinden.
In de basismonitoring zijn tot op heden geen signalen gevonden die aanleiding geven tot een verdenking van een vogelgriepbesmetting bij melkkoeien. Uiteraard houd ik de situatie scherp in de gaten en heb ik alle betrokken gevraagd om dat ook te doen. Op korte termijn zal ik de deskundigen vragen een risicobeoordeling te geven. Tevens zal ik deskundigen vragen naar een analyse van mogelijke besmettingsroutes en de monitoringsmogelijkheden van HPAI bij runderen te beoordelen op effectiviteit. Daarnaast heb ik stakeholders geïnformeerd over deze nieuwe situatie en hen gevraagd om eventuele opvallende zaken te melden.
Risico volksgezondheid
Het risico voor de volksgezondheid wordt door het RIVM op basis van de nu bekende gegevens geschat op zeer laag. Omdat ook de andere koeien van het bedrijf negatief zijn getest in de PCR-test, lijkt de kans niet groot dat het virus zich vanaf de koe verder heeft kunnen verspreiden richting de andere koeien. Vanwege de eerder positief geteste kat nabij het bedrijf waren personen, werkzaam of woonachtig bij het bedrijf, ook al in beeld bij de GGD. Bij deze personen is sindsdien geen sprake geweest van ziekteverschijnselen passend bij (vogel)griep. Zekerheidshalve worden alle personen die zijn blootgesteld aan de koe, wel alsnog aangeboden om zich te laten testen op een actieve dan wel doorgemaakte infectie.
Op dit bedrijf wordt melk alleen gebruikt voor gepasteuriseerde producten, waardoor eventueel aanwezig virus is geïnactiveerd en geen risico vormt voor besmettingen naar buiten. Bovendien is de melk van de eerder besmette koe vanwege het bestaande mastitisbeeld niet verwerkt voor humane consumptie. Hierdoor is de kans zeer klein dat er virus van de besmette koe terecht is gekomen in de melk voor humane consumptie.
Gezien de nieuwe situatie zal het RIVM op korte termijn in lijn met de bestaande zoönosenstructuur een Responsteam Zoönosen (RT-Z) organiseren, waarbij met experts uit de humane en veterinaire gezondheid een risico-inschatting op basis van de nieuwe situatie zal worden gemaakt en online gedeeld4.
Tot slot
De vogelgriepsituatie in ons land blijft zorgelijk. Helaas zijn de afgelopen weken nog uitbraken geweest op zowel commerciële pluimveebedrijven als bij hobbyhouders. Ook worden er nog regelmatig wilde vogels gevonden met vogelgriep. Dat een melkkoe een infectie heeft doorgemaakt met het vogelgriepvirus past dan ook in deze tijd van hoge infectiedruk. Toch is dit een zorgelijke ontwikkeling. Ik blijf daarom deze situatie nauwgezet in de gaten houden en laat vervolgonderzoek doen. Ik zal u, samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, informeren over relevante ontwikkelingen rondom vogelgriep en deze casus.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
F.M. Wiersma