[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Vijfde voortgangsbrief aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens detentie en berechting

Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Brief regering

Nummer: 2026D03041, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-26 09:49, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29911 -495 Bestrijding georganiseerde criminaliteit.

Onderdeel van zaak 2026Z01286:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Criminele (inter)nationale netwerken proberen hun invloed uit te oefenen vanachter de gevangenismuren, waardoor georganiseerde ondermijnende criminaliteit een reële dreiging blijft voor de samenleving. Het tegengaan van voortgezet crimineel handelen tijdens detentie (VCHD) en het versterken van de weerbaarheid van de advocatuur heeft en houdt mijn volle aandacht en urgentie.

Georganiseerde criminaliteit vraagt ook om een georganiseerde aanpak, ook over de grenzen heen. Om die reden werkt mijn departement samen met partners in binnen- en buitenland. Sinds 2021 werkt het Ministerie van Justitie en Veiligheid samen met Politie, Openbaar Ministerie (OM), de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de Raad voor de rechtspraak en de Nederlandse orde van advocaten (NOvA), ieder vanuit diens eigen rol en verantwoordelijkheid, in de Taskforce Aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens berechting en detentie.1

In 2025 zijn er belangrijke mijlpalen bereikt in de aanpak van VCHD: de implementatie van gewijzigde Penitentiaire beginselenwet per 1 november jl. in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie (Pbw), de opening van de zittingszaal in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught, het sluiten van het luchtruim boven PI Vught en de organisatie van de tweede internationale conferentie over VCHD in Rome.

In deze brief geef ik een toelichting over de voortgang van maatregelen uit het regeerprogramma van het Kabinet Schoof en de fysieke maatregelen, ga ik in op de weerbaarheid vanuit de advocatuur en neem ik uw Kamer mee in overige lopende ontwikkelingen en moties. Ik sluit af met een uitnodiging tot een vertrouwelijke technische briefing.

Update regeerprogramma

De aanpak van voortgezet crimineel handelen tijdens detentie is versterkt door een structurele investering van 16 mln. vanuit het regeerprogramma. Zoals in de vierde voortgangsbrief is toegelicht2 wordt het regeerprogramma uitgewerkt langs vijf lijnen:

1. Beperken contactmomenten hoogrisicogedetineerden;

2. Inzet op dreiging van buiten de Penitentiaire Inrichting (PI);

3. Versterking internationale samenwerking;

4. Herijking detentielandschap;

5. Strafbaarstelling Onttrekking.

  1. Beperking contactmomenten

Zoals aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 19 september jl. zijn per 1 november jl. de nieuwe maatregelen uit de gewijzigde Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie van kracht.3 Deze maatregelen zijn van toepassing op gedetineerden in de Afdelingen Intensief Toezicht (AIT) en de Extra Beveiligde Inrichting (EBI). De belangrijkste wijzigingen volgen hieronder:

  • Middels een aangenomen amendement van het lid Ellian zijn contactmomenten met de buitenwereld regimair beperkt.4 Gedetineerden in de EBI mogen één keer per week tien minuten bellen en één uur per week bezoek ontvangen. Gedetineerden in de AIT mogen drie keer tien minuten bellen en één uur per week bezoek ontvangen.

  • EBI- en AIT-gedetineerden mogen alleen nog bellen naar personen (met uitzondering van advocaten) die vooraf zijn gescreend en zich voor ieder telefoongesprek hebben gemeld en geïdentificeerd bij een aangewezen locatie.

  • Het aantal advocaten waarmee een gedetineerde die verblijft in de EBI of AIT vertrouwelijk contact mag hebben, is in beginsel beperkt tot twee. Daarnaast wordt visueel toezicht gehouden op fysieke gesprekken tussen EBI- en AIT-gedetineerden en hun advocaat.

  • De Minister5 – gemandateerd aan de directeur generaal van DJI - kan indien nodig de communicatiemogelijkheden van gedetineerden in een EBI of AIT met de buitenwereld tijdelijk in verregaande mate beperken. Het bevel kan neerkomen op het uitsluiten van alle contacten van de gedetineerde, met uitzondering van de advocaten.

Kort gezegd betekent dit minimale communicatie en maximaal toezicht voor een betere bescherming van de samenleving, gevangenispersoneel en advocaten.

Met de inwerkingtreding van deze maatregelen is ook de bijbehorende onderliggende wet- en regelgeving aangepast, zoals de Regeling Selectie Plaatsing en Overplaatsing Gedetineerden.6 In deze regeling worden de criteria tot plaatsing in de AIT verder verduidelijkt conform de motie van het lid Sneller (D66).7 Verder worden in deze regeling overeenkomstig de motie van het lid Lahlah (GL/PvdA) de mogelijkheden tot afschalen nader toegelicht.8 Hiermee zijn deze moties uitgevoerd.

Sinds 1 november jl. worden de effecten van de nieuwe maatregelen gemonitord. Uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de wet zal een invoeringstoets worden uitgevoerd.

Vanuit de advocatuur zijn in het najaar zorgen geuit rondom de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan visueel toezicht en of de vertrouwelijkheid van het contact tussen advocaat en cliënt voldoende gewaarborgd is. Deze zorgen zijn ook geuit in lopende rechtszaken. Dit heeft in een aantal zaken geleid tot aanhoudingen totdat er meer duidelijkheid is over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan visueel toezicht. De zorgen vanuit de advocatuur hebben de volle aandacht van DJI en mijzelf.9 Ik vind het van belang dat de advocatuur erop moet kunnen vertrouwen dat het visueel toezicht binnen de kaders van de wet uitgevoerd wordt en dat hiervoor waarborgen zijn. DJI en de NOvA zijn dan ook met elkaar in gesprek over de uitvoering van de maatregelen en de zorgen van de advocatuur. DJI heeft onafhankelijke professionele beeldafzieners10 gevraagd beelden van visueel toezicht te analyseren op de mogelijkheid tot liplezen. Dit zijn daartoe opgeleide, professionele liplezers die middels herhaaldelijk terugspoelen van de beelden en inzoomen, de beelden hebben beoordeeld. Hieruit volgt dat het risico dat medewerkers van de DJI kunnen liplezen zeer beperkt is. De DJI medewerkers hebben niet de mogelijkheid om beelden terug te kijken of in te zoomen, ook zijn de DJI medewerkers niet opgeleid om te kunnen liplezen. Het enige dat het personeel van DJI tijdens het visueel toezicht kan waarnemen zijn de live beelden, waarbij de camera het zijaanzicht van het gelaat filmt. DJI acht de kans op liplezen dan ook nihil.

Desalniettemin zijn er vanuit de advocatuur zorgen gebleven over het visueel toezicht en de mogelijkheid tot het voeren van volledig vertrouwelijke gesprekken tussen de rechtsbijstandsverlener en diens cliënt. De beeldafzieners doen de aanbeveling om de stand van de camera’s aan te passen om het zeer beperkte risico nog verder in te perken. DJI gaat dit advies opvolgen om de zorgen vanuit de advocatuur zoveel mogelijk weg te nemen. De stand van de camera´s zal aangepast worden conform advies van de beeldafzieners. Indien op de verschillende locaties daadwerkelijk aanpassingen worden doorgevoerd, zullen deze niet verder reiken dan dat mogelijk is om met het uitoefenen van het visueel toezicht het door de wetgever beoogde doel van visueel toezicht te blijven behalen. Dit is begin februari afgerond. Tot slot zal DJI door een onafhankelijke partij zo spoedig mogelijk een audit laten uitvoeren. Hiermee heeft DJI verschillende waarborgen ingericht voor het nakomen van de wettelijke voorwaarden bij de uitvoering van visueel toezicht.

Naast bovengenoemde acties heeft DJI communicatiemateriaal ontwikkeld en aan de aangewezen advocaten verstrekt waarin wordt toegelicht hoe visueel toezicht wordt gehouden. Ook zijn de NOvA en het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) uitgenodigd om op locatie te komen bezien hoe aan het visueel toezicht invulling wordt gegeven.

  1. Inzet op dreiging van buiten de PI

In de huidige tijd, die wordt gekenmerkt door snelle en vergaande technologische ontwikkelingen, moet rekening worden gehouden met nieuwe vormen van dreiging zoals ongeoorloofde drones. Het gevangeniswezen moet weerbaar zijn en blijven tegen nieuwe vormen van dreiging die van buiten de muren kan komen.

Met de permanente sluiting van het luchtruim boven PI Vught per 24 december jl. is hierin een goede stap gezet. Vliegen met een drone boven PI Vught is daarmee strafbaar. Naast de sluiting van het luchtruim, dient er snelle en adequate handhaving mogelijk te zijn.

DJI heeft geen eigen bevoegdheid om drones te verstoren of uit de lucht te halen. Dit ligt bij de politie. De (juridische) mogelijkheden om DJI zelf te laten beschikken over deze bevoegdheden worden conform de toezegging van mijn ambtsvoorganger verkend.11 Na een eerste analyse is een werkgroep gestart die zich in afstemming met de betrokken departementen bezig houdt met de verdere uitwerking daarvan. Dit sluit aan bij de aangenomen Motie Ellian (VVD) waarin wordt verzocht om drones die een dreiging vormen voor o.a. justitiële locaties op een veilige wijze neer te halen.12 Ik verwacht uw Kamer in het tweede kwartaal van dit jaar daar nader over te informeren.

Vanwege de dreiging die uitgaat van drones investeert DJI in dronetechnologie. DJI beschikt sinds eind 2025 over meer en geavanceerdere eigen drones om de veiligheidssituatie rondom een PI vanuit de lucht beter te monitoren om afwijkingen te signaleren en daarop te acteren. Ook wordt er extra personeel geworven om de innovatiekracht op technisch vlak te versnellen.

Het investeren in technologische maatregelen om contrabande te weren is een blijvend proces. DJI beschikt in meerdere PI’s over bodyscanners om gedetineerden te kunnen controleren op contrabande. Dit jaar zal aan de hand van de resultaten van het gebruik van deze bodyscanners worden bekeken of deze technologie verder wordt uitgerold binnen het gevangeniswezen. Daarnaast doet DJI onderzoek naar het tegengaan van telefoons en het sneller detecteren van contrabande die op verschillende wijze de inrichtingen binnengebracht worden. Vanuit veiligheidsoverwegingen kan ik niet al deze maatregelen beschrijven.

  1. Versterking internationale samenwerking

Ondermijnende criminaliteit stopt niet bij de landsgrenzen. Ik vind het daarom belangrijk dat DJI ook ten aanzien van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie (VCHD) over de grenzen heen kan samenwerken.

Vanuit mijn departement is in samenwerking met EuroPris13 en het Italiaanse Ministerie van Justitie de tweede internationale conferentie over Voortgezet Crimineel Handelen in Detentie georganiseerd. Deze conferentie vond plaats in Rome van 4 tot en met 6 november 2025. Er waren ruim 130 deelnemers uit twintig landen. De conferentie is geopend door de Italiaanse Minister van Justitie.

De problematiek die wij in Nederland kennen rondom het tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie speelt ook in andere Europese landen, het uitwisselen van kennis en best practices over VCHD stond bij deze conferentie dan ook centraal.

DJI heeft door het oprichten van een internationaal operationeel netwerk het initiatief genomen om meer gegevensdeling over gedetineerden mogelijk te maken, waarmee de internationale samenwerking tussen gevangenissen wordt versterkt. Hierbij valt te denken aan het uitwisselen van informatie over eerdere incidenten in buitenlandse gevangenissen en de risicoprofielen van gedetineerden. Door deze informatie uit te wisselen wordt van elkaars aanpak geleerd en komt er meer grip op internationaal opererende netwerken. Bovengenoemde conferentie, waarbij landen zijn opgeroepen om zich aan te sluiten bij dit netwerk, heeft een positieve bijdrage geleverd aan de realisatie van dit netwerk.

  1. Herijking detentielandschap

DJI werkt vanwege de toename van het aantal (hoog)risicogedetineerden toe naar een aangepast detentielandschap in 2030. Dit bevat 60 EBI-plaatsen verspreid over twee locaties (Vught en Vlissingen in 2030), tegenover 24 nu op één locatie in Vught. Daarbij komen er 126 AIT-plaatsen over zeven locaties.14 De AIT in Sittard is sinds 5 januari van dit jaar in gebruik genomen. Daarmee zijn er dit moment zijn er 66 AIT-plaatsen verspreid over vijflocaties: PI Alphen aan den Rijn, PI Arnhem, PI Leeuwarden, PI Krimpen aan den IJssel en PI Sittard. Verder komt er een AIT in Lelystad in 2029 en in Justitieel Complex Vlissingen (JCV) in 2030. Bij de toelichting bij de fysieke maatregelen volgt een update over het JCV.

Het toetsingskader Uitgebreid Beveiligd - Afdelingen Intensief Toezicht is aangescherpt, met daarbij een nieuw toetsingskader. DJI zet dit om in een programma van eisen. Dit ziet op organisatorische, bouwkundige en elektronische aanpassingen. Om het aangescherpte toetsingskader uit te voeren, zijn reeds middelen toegekend en maatregelen getroffen in de bestaande AITs ter voorkoming dat de veiligheid in het geding komt. Daarbij zal elke AIT in 2030 beschikken over een videoconferentie-ruimte. Dit draagt bij aan een beperking van risicovolle vervoersbewegingen, omdat verhoren door de rechter-commissaris en zittingen aldaar plaats kunnen vinden. De nieuwe AIT’s, zoals Sittard, voldoen aan dit nieuwe kader. Met het Rijksvastgoedbedrijf wordt een planning gemaakt zodat alle AIT’s uiterlijk 2030 voldoen aan het beoogd programma van eisen.

  1. Strafbaarstelling zelfbevrijding en onttrekking aan elektronisch toezicht

In het regeerprogramma staat dat de onttrekking aan vrijheidsbeneming en elektronische monitoring strafbaar wordt. Dit is uitgewerkt in een wetsvoorstel dat strekt tot het strafbaar stellen van zelfbevrijding uit een penitentiaire inrichting, tbs-kliniek en justitiële jeugdinrichting. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een strafbaarstelling van het onttrekken aan elektronisch toezicht (de enkelband) in het Wetboek van Strafrecht. Op 19 september van 2025 is het wetsvoorstel in consultatie gegeven.15 De consultatieadviezen en uitvoeringstoetsen worden in het eerste kwartaal van 2026 verwerkt, waarna het in het tweede kwartaal van 2026 voor advies aan de Raad van State kan worden voorgelegd.

Voortgang maatregelen: ontwikkelingen en mijlpalen
In deze paragraaf informeer ik uw Kamer over de nieuwe ontwikkelingen en mijlpalen binnen de reeks (andere) maatregelen die getroffen worden om georganiseerde criminaliteit tijdens detentie en berechting tegen te gaan. Het betreft de fysieke maatregelen, de advocatuur, lopende ontwikkelingen, moties en toezeggingen.

Fysieke maatregelen

Justitieel Complex Vlissingen

De ontwikkeling van het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) verloopt volgens planning.16 De periode van september 2024 tot en met 2026 staat in het teken van het ontwerpen van het Justitieel Complex Vlissingen, waarna de bouw start. In 2025 is het schetsontwerp opgeleverd, dit ontwerp wordt dit jaar vastgesteld. De planning is dat het complex in 2030 in gebruik wordt genomen. Hiermee wordt zo goed als mogelijk uitvoering gegeven aan de genoemde motie Kuik/Van den Berg17 en de motie Eerdmans18 die beiden de urgentie benadrukken en oproepen tot snelheid.

PI Vught

Op 28 maart 2025 is de zittingszaal in PI Vught geopend en in gebruik genomen. Hierdoor wordt het aantal vervoerbewegingen met EBI-gedetineerden beperkt.

De uitbreiding van de 12 extra EBI-plaatsen in PI Vught, conform de motie Ellian/Wilders, loopt volgens planning.19 Deze extra EBI-plekken worden eind 2026 gerealiseerd. Terwijl de nieuwbouw plaatsvindt blijft de EBI in gebruik.

Lelystad

In Lelystad wordt de bouw van een extra beveiligde zittingslocatie (EBZ) gerealiseerd, ter vervanging van de Bunker in Amsterdam-Osdorp. In de afgelopen periode zijn verschillende informatiebijeenkomsten over de EBZ georganiseerd in Lelystad in het kader van burgerparticipatie. In december 2025 is de aanvraag voor de omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Lelystad om de ontwikkeling van de EBZ planologisch mogelijk te maken. De beoogde planning voor oplevering van de EBZ is in 2031. Dit is een half jaar later dan vermeld in de vorige brief omdat de planvorming meer tijd kostte dan voorzien.

Bij de voorziene oplevering benadruk ik dat er verschillende factoren zijn die invloed kunnen hebben op de planning, zoals het tijdig verkrijgen van de omgevingsvergunning, tijdelijke maatregelen voor netcongestie en een succesvolle aanbesteding voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van de gebouwen.

Advocatuur

Rapport Pro Facto

Onderzoeksbureau Pro Facto heeft in opdracht van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) onderzoek gedaan naar de kaders en inrichtingsmodaliteiten voor het klacht- en tuchtrecht en het toezicht op de advocatuur. Dit onder meer naar aanleiding van de motie van het lid Ellian (VVD) waarin de regering wordt verzocht om bij de versterking en hervorming van het toezicht op de advocatuur zowel het toezicht, het klachtenonderzoek en het onderdeel van het tuchtrechtelijk toezicht op naleving van de kernwaarden onder te brengen bij de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur (OTA).20 Het onderzoek van Pro Facto is dit najaar gepubliceerd. De NOvA heeft op 12 september jl. haar advies over het toezicht op de advocatuur uitgebracht.21 Op 18 december jl. is het onderzoek, met het advies van de NOvA, verstuurd aan de Tweede Kamer samen met mijn beleidsreactie.22

De komende periode zal het wetstraject voor de versterking van het toezicht op de advocatuur en de oprichting van de OTA verder vorm krijgen. Ik streef ernaar dat het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2026 in consultatie kan gaan. Vóór de zomer van 2026 zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang van het wetstraject.

Taskforce bescherming tegen ondermijning

De NOvA heeft de Taskforce Bescherming tegen ondermijning opgericht. In de vorige voortgangsbrieven is uitvoerig ingegaan op de diverse initiatieven die de NOvA vanuit deze taskforce organiseert. De Taskforce bescherming tegen ondermijning van de NOvA zal met subsidie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) onverminderd blijven inzetten op versterking van de weerbaarheid. Met de NOvA wordt goed contact gehouden over ontwikkelingen op dit vlak bijvoorbeeld over de eerder genoemde initiatieven als de weerbaarheidscampagne, weerbaarheidstrainingen, de vertrouwensadvocaat, de noodtelefoon en de noodknop.

Verder verkent het dekenberaad – het overlegorgaan van de dekens – hoe het de ervaringen uit internationaal verband in kan zetten in de vorm van waarborgen voor zaken met grote impact. Hierover vindt intensief overleg en afstemming plaats met de verschillende ketenpartners die hierbij betrokken zijn.

Ipsos-onderzoek

In 2024 heeft Ipsos I&O in opdracht van de NOvA onderzoek gedaan waaruit is gebleken dat steeds meer advocaten te maken krijgen met agressie, bedreiging en/of intimidatie tijdens het uitoefenen van hun vak. Zo kreeg 55% van de advocaten die in 2024 deelnamen aan het onderzoek te maken met agressie, bedreiging en/of intimidatie23, waar dit in 2022 nog 50% bedroeg.24 Dit onderzoek maakte zichtbaar dat de huidige inzet op de weerbaarheid van advocatuur van grote waarde is.

In maart 2026 zal Ipsos I&O in opdracht van de NOvA een herhaalonderzoek doen naar druk en dreiging binnen de advocatuur. Dit onderzoek brengt trends, risico’s en behoeften binnen de advocatuur scherp in beeld en biedt inzicht in de effectiviteit van bestaande maatregelen en de mate van ervaren dreiging. De resultaten van dit onderzoek wordt in de zomer van 2026 verwacht.

Overige lopende ontwikkelingen

Detentie Intelligence Unit (DIU)

De DIU is sinds 2025 volledig operationeel en is op volle personele sterkte gekomen. In de DIU werkt het Openbaar Ministerie (OM), het Gedetineerden Recherche Informatie Punt (GRIP) en DJI samen aan analyses en aan het opmaken van informatieproducten over gedetineerden. Deze informatieproducten kunnen vervolgens worden gebruikt bij plaatsingsbeslissingen en het treffen van gepaste maatregelen in de verschillende fasen van detentie, maar eveneens om strafbare feiten, ook in de buitenwereld, op te sporen.

De oprichting heeft de samenwerking tussen DJI, het Openbaar Ministerie en de politie versterkt. De eerste ervaringen vanuit deze partners zijn positief, waarbij wordt aangegeven dat er meer in gezamenlijkheid gekeken wordt naar VCHD. Zo worden er steeds vaker gezamenlijk informatieproducten opgesteld door deze partners. Dit helpt om meer aan de voorkant te komen in de strijd tegen VCHD. De waardevolle informatiepositie van elke partner wordt hierdoor optimaal benut. Deze eerste ervaringen onderstrepen het belang van de DIU bij het tegengaan van crimineel handelen, zowel binnen als buiten de muren.

Landelijke Werkwijze Toegangscontrole

Op dit moment gelden voor de verschillende Rijksinrichtingen verschillende toegangsregels, waardoor een te grote differentiatie is ontstaan in het toegangsbeleid van DJI. Vanuit de behoefte de werkwijze te uniformeren ontwikkelt DJI de landelijke werkwijze toegangscontrole voor alle Rijksinrichtingen, waaronder PI’s. Dit ziet op alle partijen met toegang tot de PI, zoals DJI medewerkers, reclassering, advocatuur en vrijwilligers. Het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze vloeit daarnaast voort uit de wens het toegangsbeleid aan te scherpen om de huidige risico’s ten aanzien van contrabande (bijvoorbeeld drugs en telefoons) in de Rijksinrichtingen en het risico op VCHD verder tegen te gaan.25

Door DJI is gewerkt aan het vinden van een juiste balans tussen bovenstaande doelen en de belangen van de ketenpartners. Met een aantal ketenpartners zijn gesprekken gevoerd omtrent de wijzigingen. De herziene landelijke werkwijze toegangscontrole wordt voorgelegd aan de Centrale Ondernemingsraad (COR) van DJI omdat de werkwijze ook een aanscherping van de toegangsregels voor het eigen personeel zal inhouden.

WODC onderzoek beleidsevaluatie VCHD

Sinds 2021 zijn er diverse maatregelen getroffen om VCHD tegen te gaan. De maatregelen zijn onder andere gericht op het tegengaan van crimineel handelen en netwerkvorming, het weerbaarder maken van DJI personeel en partners en het beperken van risicovolle vervoerbewegingen tijdens detentie.

Ik vind het van belang om lessen te leren waar dat kan en het beleid ten aanzien van VCHD te blijven verbeteren. Om die reden heb ik het WODC verzocht een evaluatiekader te ontwikkelen voor de toekomstige monitoring van de resultaten en effecten van deze maatregelen. Dit kader geeft onder andere helderheid over wat er moet worden gemeten (indicatoren) en hoe dit op een betrouwbare manier gedaan kan worden. Daarbij dient dit onderzoek als voorbereiding op de bredere beleidsevaluatie zoals voorgeschreven in de Strategische Evaluatie Agenda. Daarin is opgenomen dat alle beleid in een cyclus van zeven jaar wordt geëvalueerd.

Het WODC heeft dit onderzoek opgepakt.26 De verwachting is dat de resultaten eind 2026 worden opgeleverd.

Toezeggingen en moties

Toezegging: vernietiging contrabande

Voorwerpen die buiten de PI illegaal zijn, zoals drugs of wapens, worden aan de politie overhandigd en onttrokken aan het verkeer. Voorwerpen die buiten de PI legaal zijn maar niet toegestaan in de gevangenis worden in beslag genomen en na afloop van detentie teruggegeven aan de gedetineerde. De toenmalig Minister voor Rechtsbescherming heeft in 2019 een onderzoek toegezegd naar de mogelijkheid om deze gevonden contrabande in penitentiaire inrichtingen te kunnen vernietigen.27

De mogelijkheden hiertoe zijn meermaals verkend. De wijze waarop het vernietigen juridisch zou kunnen worden vorm gegeven levert echter dusdanig veel administratieve lasten dat het te hoge uitvoeringslasten met zich meebrengt voor DJI.28 Daarbij komt dat het vernietigen van de voorwerpen naar verwachting een zeer beperkt effect heeft op de veiligheid binnen en buiten de PI. Om deze redenen is besloten het traject niet voort te zetten. Ik vind het van belang dat deze tijd geïnvesteerd wordt in trajecten die daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheid.

Onderzoekmotie: auditief toezicht

Er zijn twee onderzoekmoties aangenomen op 28 januari 2025 die zien op de EBI en de AIT. Dit betreft een motie van de leden Ellian (VVD) en Wilders (PVV) die oproept om te onderzoeken op welke wijze en onder welke voorwaarden een beperking kan worden ingevoerd van het aantal gedetineerden in de EBI en AIT die door dezelfde advocaat worden bijgestaan.29 De tweede onderzoekmotie van de leden Ellian en Eerdmans (JA21) ziet op een onderzoek naar de vraag hoe auditief toezicht op gesprekken tussen gedetineerden en advocaten op de AIT en in de EBI vormgegeven kan worden.30

Mijn ambtsvoorganger heeft bij de uitvoering van deze moties de eerste onderzoekmotie van de leden Ellian en Wilders geprioriteerd vanwege de daarin gestelde termijn. Dit onderzoek is verricht. Uw Kamer is daar op 19 september jl. over geïnformeerd, waarmee deze motie is afgedaan.31

De tweede motie over auditief toezicht ziet op een principieel vraagstuk, waarover in het kader van de aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie uitvoerig met uw Kamer van gedachten is gewisseld. Op 12 maart 2024 zijn bij de Pbw amendementen aangenomen over (vormen van) auditief toezicht op gesprekken tussen gedetineerden en advocaten.

De toenmalige Minister heeft de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd om advies te geven over die amendementen en hun verhouding tot de grondrechten. De conclusie op basis van het advies van de Raad van State is dat preventief auditief toezicht als zodanig onverenigbaar is met hoger recht.32 Deze conclusie heeft geleid tot het wijzigingswetsvoorstel (Kamerstukken 36583) dat het oorspronkelijke wetsvoorstel wijzigde zodat er geen sprake meer is van strijd met hoger recht. Op 8 juli 2025 is vervolgens met beide wetsvoorstellen ingestemd in de Eerste Kamer. Gelet op het principiële punt bij auditief toezicht en deze voorgeschiedenis vind ik het passender om de uitvoering van deze motie over te laten aan het volgende kabinet

Motie Ellian: individueel regime

Op 24 september 2024 is de motie van het kamerlid Ellian aangenomen waarin wordt verzocht om zoveel mogelijk een individueel programma als uitgangspunt te hanteren in de EBI.33 In reactie op vragen van kamerlid Ellian heeft mijn ambtsvoorganger bij de beantwoording van de schriftelijke vragen bij de begrotingsbehandeling in 2025 toegelicht op welke wijze uitvoering is gegeven aan deze motie.34

Tijdens het tweeminuten debat van 26 november jl. zijn er vragen gesteld over uitvoering van bovengenoemde motie. Daarom volgt in deze brief een nadere toelichting. Deze motie is conform de appreciatie van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uitgevoerd.35 Op de EBI worden gedetineerden in een individueel regime geplaatst, waarbij in beginsel een individueel programma wordt gevolgd. Pas na zorgvuldige afweging wordt besloten of de gedetineerde ook in een groepje activiteiten kan doen samen met andere gedetineerden binnen het dagprogramma. De directeur van de inrichting kan hiertoe besluiten, ná afstemming met het Landelijk Bureau Inlichtingen en Veiligheid van DJI, het Openbaar Ministerie en de politie. Daarvoor wordt alleen gekozen als dit op basis van een inschatting van de risico’s op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie of andere veiligheidsredenen verantwoord wordt geacht, wordt daar dan niet voor gekozen. Een individueel programma is daarmee het uitgangspunt, enkel na een grondige beoordeling kan een EBI gedetineerde binnen dit regime in een kleine groep activiteiten doen.Het bij plaatsing in de EBI geheel uitsluiten van deelname aan (groeps)activiteiten, kan leiden tot onnodig vergaande isolatie van de gedetineerde. Dit is in strijd met het nationaalrechtelijk kader, te weten artikel 3 en artikel 21 van de Pbw en staat op gespannen voet met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

In lijn met de appreciatie hebben DJI, het OM en de politie de samenstelling van de kleine groepen in de EBI en programma’s binnen de EBI nogmaals afgewogen. Deze weging heeft niet tot aanpassingen geleid. De genoemde periodieke (her)beoordeling van deze samenstelling vindt maandelijks plaats en indien daarvoor een concrete aanleiding bestaat wordt dit ook tussentijds getoetst. Het is daarbij van belang dat deze beoordeling plaatsvindt op basis van actuele en concrete expertise en (veiligheids)informatie.36 Hiermee is deze motie afgedaan.

Motie Ellian: Taskforce schoonvegen

Binnengesmokkelde telefoons en andere contrabande zijn mij een doorn in het oog. Ik ben het lid Ellian dan ook erkentelijk voor zijn inzet op dit onderwerp. Zo worden binnen het gevangeniswezen conform de eerdere motie van dit kamerlid verscherpte controles uitgeoefend door risico en informatie gestuurde inzet.37 In aanvulling daarop is bij aangenomen motie van ditzelfde kamerlid verzocht om een kleine, wendbare Taskforce “PI Schoonvegen” in te stellen bij een zestal PI’s om minimaal zes maanden lang verscherpt toezicht toe te passen en de Kamer hierover uiterlijk september 2026 te informeren. DJI is bezig met de voorbereiding van deze Taskforce. Ik streef ernaar dat deze Taskforce voor de zomer operationeel is.

Vertrouwelijke technische briefing

Informatie over de EBI en de AIT’s is uiterst relevant voor criminele netwerken in de buitenwereld. Een zo goed mogelijke bescherming van de maatschappij en personeel tegen de risico’s die uitgaan van EBI en AIT-gedetineerden staat voor mij voorop. Tegelijkertijd vind ik het van groot belang dat uw Kamer goed geïnformeerd wordt en democratische controlemogelijkheden kan inzetten. Om die reden vind ik het van belang om uw Kamer dit jaar weer een vertrouwelijke technische briefing aan te bieden over de EBI en de AIT’s waarbij ik verder kan ingaan op onder andere de aanpak van VCHD, plaatsing van gedetineerden, drones en informatiebeveiliging in de PI’s. Indien de Kamer dit wenst is DJI bereid om deze vertrouwelijke briefing te laten plaatsvinden. Het initiatief daartoe ligt bij de Kamer.

Tot slot

De mijlpalen die in deze brief worden genoemd zijn samen met DJI en alle betrokken partners bereikt. Ieder heeft daar vanuit diens eigen rol en verantwoordelijkheid aan bijgedragen. Dit heeft onder meer geleid tot nieuwe maatregelen tegen VCHD, het beperken van risicovolle reisbewegingen, meer informatie- en expertise uitwisseling waardoor over de grenzen heen wordt samen gewerkt om VCHD tegen te gaan.

Het tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie houdt mijn volle aandacht. Ik blijf hier, samen met de betrokken partners, urgentie aan geven om de gevangenissen in Nederland veilig te houden voor de medewerkers in de PI, advocaten en bovenal de samenleving.

De Staatssecretaris Justitie en Veiligheid,

mr. A.C.L. Rutte