Verlenging interim derogatie van de EU-privacyregels om online kindermisbruik te bestrijden
JBZ-Raad
Brief regering
Nummer: 2026D03039, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-26 09:28, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 32317 -993 JBZ-Raad.
Onderdeel van zaak 2026Z01285:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Op 19 december 2025 heeft de Europese Commissie bij de Raad en het Europees Parlement een voorstel ingediend voor de verlenging van de zogenaamde interim derogatie op de ePrivacy-richtlijn ten behoeve van de aanpak van de verspreiding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik en grooming. De interim derogatie, zoals opgenomen in Verordening (EU) 2021/1232,1 maakt het mogelijk voor aanbieders van online nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten om vrijwillig materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) op hun platforms op te sporen, te rapporteren en te verwijderen. Het voorstel verlengt de toepassingsperiode van de interim derogatie met twee jaar. Op 28 januari zal Nederland in de Coreper-vergadering een standpunt innemen over de interim derogatie.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de positie die Nederland ten aanzien van dit voorstel zal innemen.
Toelichting
Het voorstel tot de verlenging van de tijdelijke derogatie op de ePrivacy-richtlijn zorgt ervoor dat de mogelijkheid voor de internetsector om online materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) vrijwillig te detecteren behouden blijft. Het zorgt er dus voor dat de huidige praktijk nog twee jaar gecontinueerd kan worden. Zonder deze verlenging loopt de huidige derogatie af in april 2026.
Eind vorig jaar is een Algemene Oriëntatie (AO) bereikt inzake de CSAM-Verordening, die beoogt te voorzien in een omvattend Europees rechtskader voor het bestrijden van online kinderpornografisch materiaal. De CSAM-verordening zal echter niet van kracht zijn per april 2026, het moment waarop de interim derogatie afloopt. Om te voorkomen dat er een leemte ontstaat en bedrijven dit materiaal niet meer kunnen detecteren, heeft de Commissie op 19 december 2025 een voorstel ingediend om de toepassingsperiode van de interim derogatie met nog eens twee jaar te verlengen, tot 3 april 2028.
De interim derogatie biedt een tijdelijke en afgebakende oplossing, met als voorwaarde dat de gebruikte technologieën proportioneel, gerenommeerd en betrouwbaar zijn. Ook moet het materiaal onmiddellijk verwijderd worden en moet de verwerking beperkt blijven tot wat strikt noodzakelijk is. Daarnaast dient de dienstverlener jaarlijks te rapporteren over de gebruikte technologische toepassingen en verwerkingen.
Positie verlenging derogatie
Het kabinet steunt de tijdelijke verlenging van de derogatie, die een voortzetting is van de huidige praktijk. Vrijwillige detectie speelt een essentiële rol in de aanpak van online seksueel kindermisbruik in Nederland. Het voorstel dat nu voorligt, heeft tot gevolg dat de bestaande praktijk waarbij dienstverleners de mogelijkheid krijgen dit materiaal te detecteren de komende twee jaar kan worden voortgezet. Gezien de ernst, omvang en gevolgen van deze vreselijke vorm van criminaliteit is deze vrijwillige detectie noodzakelijk. Wereldwijd zijn er jaarlijks zijn nog steeds miljoenen meldingen van de verspreiding van materiaal van online seksueel kindermisbruik op het internet en in online berichtendiensten.
Deze tijdelijke verlenging staat nadrukkelijk los van de recent aangenomen AO en draagt niet bij aan een opmaat naar permanente detectie. Eerder is de Kamer geïnformeerd over het standpunt van het kabinet inzake de CSAM-Verordening zoals opgenomen in de Kamerbrief van 18 november 2025.2 Daarbij is aangegeven dat het kabinet hecht aan een periodiek weegmoment ten aanzien van de mogelijkheid van vrijwillige detectie. Met het huidige voorstel voor verlenging van de tijdelijke derogatie voor twee jaar wordt hierin voorzien. Het gaat hier uitsluitend om het voorkomen van een tijdelijke leemte in het beschermingsniveau, totdat besluitvorming over de CSAM-Verordening – een afzonderlijk voorstel – is afgerond. Het kabinet hecht eraan dit onderscheid expliciet te maken en te blijven benadrukken.
Het kabinet heeft investeringen gedaan om de samenwerking met de private sector te versterken en streeft ernaar private bedrijven actief te betrekken bij het schoonhouden van het internet, waaronder online platforms. Nederland heeft de eerdere verlenging van de derogatie in 2024 gesteund om een lacune te voorkomen.
Dit neemt niet weg dat het kabinet het, met uw Kamer, van belang acht dat in de strijd tegen de verspreiding van dit vreselijke materiaal ook recht wordt gedaan aan grondwettelijke zorgen, de digitale weerbaarheid van de lidstaten en de privacy van gebruikers van internetdiensten. Verder geldt dat zorgen blijven bestaan bij de detectie van onbekend kinderpornografisch materiaal en grooming. Naar het oordeel van Nederland is een van de redenen hiervoor dat geen technologie beschikbaar is die detectie van onbekend materiaal en grooming vorm kan geven op een wijze die proportioneel en gerechtvaardigd is. Nederland is daarom bezorgd over deze punten en geen voorstander van het inzetten van technologieën voor het detecteren van mogelijke grooming of onbekend materiaal, wat zowel de huidige derogatie als het nieuwe voorstel toestaan. Tijdens de gesprekken in EU-verband zal Nederland, in lijn met de motie-Kathmann c.s., zich blijven inzetten om deze zorgen te adresseren.3 Dit zal nadrukkelijk worden bevestigd in een schriftelijke verklaring. Bovendien wordt er gewerkt aan verbetering van de rapportage over vrijwillige detectie, zodat er meer inzicht komt in de gebruikte cijfers en methodieken.
De verwachting is dat de tijdelijke verlenging van de derogatie in Brussel breed gesteund zal worden, aangezien dit bij eerdere verlengingen ook het geval was. Veel lidstaten beschouwen deze tijdelijke verlenging als een technisch noodzakelijke stap om een leemte in het beschermingsniveau te voorkomen. Indien er zich inderdaad een meerderheid aftekent, zal de tijdelijke verlenging hoe ook voor Nederland gaan gelden.
Het bovenstaande in acht nemende, zal Nederland het voorstel om de tijdelijke derogatie te verlengen, steunen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten