Inbreng verslag schriftelijk overleg over Verzamelbrief curatieve ggz (Kamerstuk 25424-768)
Geestelijke gezondheidszorg
Brief regering
Nummer: 2026D02962, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-23 10:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: M. Heller, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z18699:
- Indiener: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2025-10-16 14:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-03 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-01-22 12:00: Verzamelbrief curatieve ggz (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-03-26 14:30: GGZ / Suïcidepreventie (Commissiedebat), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
25 424 Geestelijke gezondheidszorg
Nr.
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld …………. 2026
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Tielen) over de verzamelbrief curatieve ggz”1.
Fungerend-voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Reactie van de staatssecretaris
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de verzamelbrief curatieve ggz van de staatssecretaris. Deze leden hechten groot belang aan mentale gezondheid als fundament voor een fijn, evenwichtig en betekenisvol leven. Wanneer mentale gezondheid onder druk staat, moet passende zorg beschikbaar zijn. Te vaak is dat nu niet het geval voor mensen die complexe geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. Zij krijgen de benodigde zorg niet op tijd, of raken zelfs geheel uit beeld, bijvoorbeeld bij de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg. De leden van de D66-fractie zullen zich blijven inzetten voor een ggz-stelsel waarin niemand tussen wal en schip valt.
Naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris hebben de leden van de D66-fractie nog een aantal specifieke vragen.
Genoemde leden waarderen het dat het onderzoeksprogramma van ZonMw een vervolg krijgt en dat hiermee wordt voortgebouwd op de ingezette lijn. Tegelijkertijd zien zij dat waardevolle kennis en inzichten uit onderzoek in de ggz vaak nog onvoldoende landen in de dagelijkse praktijk. Deze leden vragen de staatssecretaris hoe zij ervoor zorgt dat de uitkomsten van deze onderzoeken daadwerkelijk worden toegepast in de zorg. Op welke manier stuurt de staatssecretaris hierop, bijvoorbeeld via voorwaarden of gunningscriteria bij subsidieverlening of implementatieafspraken met veldpartijen? Kan de staatssecretaris daarnaast reflecteren op de lessen die tot nu toe zijn geleerd over wat wel en niet werkt bij het laten landen van onderzoeksinzichten in de praktijk?
Daarnaast zijn de leden van de D66-fractie met name geïnteresseerd in de vraag die in de brief wordt opgeworpen over omzetplafonds: of deze “de beoogde werking hebben waarbij capaciteit verschuift richting complexe zorgvragen, en of dat niet beter zou kunnen.” Deze leden vragen de staatssecretaris wat zij precies bedoelt met “of dat niet beter zou kunnen”. Welke alternatieven of aanvullende instrumenten ziet zij om de beschikbaarheid van capaciteit voor complexe ggz-zorg beter te borgen? Kan de staatssecretaris deze opties nader toelichten? Tot slot vragen deze leden wanneer de Kamer een terugkoppeling kan verwachten op dit punt gezien het feit dat het verkiezingsreces inmiddels al enige tijd achter ons ligt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de verzamelbrief curatieve ggz.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het Onderzoeksprogramma GGZ van ZonMw voor tien jaar wordt verlengd. Dit besluit juichen zij toe. Toch zijn zij benieuwd welke nieuwe inzichten de afgelopen tien jaar zijn opgedaan onder dit onderzoeksprogramma. Kan de staatssecretaris hier een beeld van schetsen? Heeft dit de manier waarop we geestelijke gezondheid benaderen veranderd?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de staatssecretaris niet in staat is om de aangenomen motie-Westerveld c.s.2 uit te voeren. Deze leden vinden dit teleurstellend en hebben hier nog enkele vragen over. De staatssecretaris stelt dat het niet gaat om academisch/fundamenteel onderzoek. Genoemde leden begrijpen dat het academisch karakter en promotierecht onderdeel uitmaken van de TOPGGZ-criteria. Kan zij daarop reageren? Genoemde leden begrijpen ook dat aan onderzoek in de TOPGGZ meer dan 75 hoogleraren zijn verbonden en dat op elke afdeling promotieonderzoek plaatsvindt. Klopt dit? Zo ja, waarom dan toch de stelling dat het niet gaat om academisch onderzoek?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben in de Kamerbrief van 15 december 2025 over de stand van zaken moties en toezeggingen over de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)3 gelezen dat de staatssecretaris een scenario wil verkennen om het gebruik van omzetplafonds bij de cruciale ggz op termijn volledig of gedeeltelijk te beëindigen. Hiervoor wil zij een spoorboek ontwikkelen. Genoemde leden zijn positief dat de staatssecretaris eindelijk erkent dat er een probleem is rondom omzetplafonds en dat er gekeken gaat worden om dit af te bouwen voor de meest zware zorg, de cruciale ggz. Deze leden vragen hier samen met de leden van de SP-fractie al lang aandacht voor. Wel zijn zij benieuwd wat de planning hiervan gaat zijn. Wanneer moet dat spoorboek af zijn en wanneer wordt er dan ook daadwerkelijk een beslissing genomen over de budgetplafonds? Met welke partijen gaat de staatssecretaris dat spoorboek ontwikkelen? En waarom wordt er gekozen voor opnieuw een verkenning? Waarom durft de staatssecretaris niet gewoon te beslissen het omzetplafond voor cruciale ggz af te schaffen, en dan samen met partijen te bezien op welke manier ze dit zorgvuldig gaan afbouwen? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de staatssecretaris immers zelf schrijft dat omzetplafonds op geen enkele wijze een belemmering mogen vormen voor cliënten met de meest complexe zorgvragen voor het tijdig verkrijgen van passende zorg. Genoemde leden ontvangen hierop graag een reactie van de staatssecretaris.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben de verzamelbrief curatieve ggz gelezen. Voor dit schriftelijk overleg hebben zij voor nu geen vragen en geen verdere inbreng.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik enkele verduidelijkende vragen te stellen over de verzamelbrief curatieve ggz.
De komende tien jaar (2026– 2035) wordt door ZonMw er een vervolg onderzoeksprogramma GGZ opgericht dat zich uitsplitst in drie thema’s. Hier is €30 miljoen voor beschikbaar. De focus van het onderzoeksprogramma ligt vooral op het verbeteren van het zorgsysteem en de behandeling van individuen. Betere door- en uitstroom, passende zorg, taakdifferentiatie, trans-diagnostisch werken en patiëntperspectief. Kort gezegd: meer kennis om de ggz slimmer, toegankelijker en effectiever te organiseren.
De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) heeft onlangs het rapport ‘Op de rem!’ uitgebracht, waarbij gesteld wordt dat de mentale volksgezondheid onder druk staat. Het geheel van hoge prestatiedruk, een steeds hoger tempo en een sterke focus op het individu zorgt voor een samenleving die continu “aan” staat. Daardoor kunnen we mentale problemen niet meer wegzetten als iets van persoonlijke veerkracht alleen. Daarom spreekt de RVS van mentale volksgezondheid. De voorzitter van de RVS geeft in dit kader aan: “Het is tijd om de wortels van het probleem aan te pakken. Dat betekent: niet uitsluitend focussen op individuele oplossingen, maar de samenleving zelf tot rust brengen”. Het rapport bevat conclusies en adviezen die hier verdere richting aan geven. Klopt het dat het vervolgonderzoeksprogramma van ZonMw primair is gericht op verbetering van zorgprocessen en behandelpraktijk binnen de GGZ, en niet of in beperkte mate op onderzoek naar maatschappelijke oorzaken van mentale problematiek, zoals beschreven in het rapport ‘Op de rem!’?
In hoeverre is binnen het nieuwe onderzoeksprogramma expliciet ruimte gereserveerd voor onderzoek naar het verbeteren van de mentale volksgezondheid? Indien deze ruimte momenteel beperkt is, kan dit onderdeel dan bij de tussentijdse evaluatie worden meegenomen, zodat ook onderzoek wordt gedaan naar hoe de onderliggende oorzaken van de toenemende mentale druk in de samenleving kunnen worden aangepakt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower-fractie
De leden van de Groep Markuszower-fractie hebben de verzamelbrief curatieve ggz gelezen en hebben hierover nog een aantal vragen.
Is de staatssecretaris van mening dat het niet uit moet maken waar je woont, om toegang te krijgen tot de ggz-zorg die men nodig heeft? Hoe kunnen omzetplafonds en schaarste in de ggz beter worden aangepakt zodat patiënten betere toegang hebben tot innovatieve behandelingen? Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om zorgverzekeraars beter/consequenter aan hun wettelijke zorgplicht te houden? Waarom bepalen zorgverzekeraars welke instellingen wel of niet een innovatieve behandeling mogen aanbieden? Wat vindt de staatssecretaris ervan dat deze keuze bij de zorgverzekeraar ligt? Kan zij deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling VWS 2026?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Verzamelbrief curatieve ggz. Deze leden constateren dat de brief wederom laat zien dat structurele problemen in de ggz niet worden opgelost, ondanks aangenomen moties en herhaalde signalen uit het veld. Zij hebben hierover de volgende vragen aan de staatssecretaris.
Genoemde leden lezen dat de staatssecretaris kiest voor voortzetting van het Onderzoeksprogramma ggz (ZonMw) 2026–2035. Hoewel onderzoek waardevol is, constateren de leden dat de ggz vooral kampt met acute knelpunten zoals wachtlijsten, beperkte capaciteit voor complexe problematiek en regionale verschillen in toegankelijkheid. Onderzoek biedt geen onmiddellijke verlichting voor patiënten die nu vastlopen. Kan de staatssecretaris toelichten hoe het nieuwe onderzoeksprogramma bijdraagt aan het oplossen van de acute problemen in de curatieve ggz, en op welke termijn patiënten hiervan daadwerkelijk effect merken? Wordt in dit onderzoek de optie meegenomen om aanbieders te verplichten een bepaald percentage complexe zorg te verlenen?
Genoemde leden lezen daarnaast dat de staatssecretaris ook de motie over het beëindigen van omzetplafonds in de ggz niet uitvoert. Dit terwijl omzetplafonds volgens hen een van de belangrijkste oorzaken zijn van wachtlijsten, regio-ongelijkheid en het wegduwen van complexe patiënten. Hoe kan de staatssecretaris motiveren dat omzetplafonds kunnen blijven bestaan, terwijl patiënten met complexe zorgvragen maanden tot jaren moeten wachten? Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken welke alternatieven zij onderzoekt om de negatieve effecten van omzetplafonds op de toegankelijkheid weg te nemen? Welke alternatieven zijn er uit het gesprek gekomen? Is er nagedacht over een gedifferentieerd omzetplafond namelijk een deel eenvoudig en een deel complex?
Tot slot merken de leden van de BBB-fractie op dat de verzamelbrief opnieuw illustreert dat governance, sturing en uitvoering in de ggz onvoldoende op orde zijn. Deze leden vinden het zorgelijk dat structurele oplossingen uitblijven terwijl de capaciteit schaars is, de vraag stijgt en knelpunten al jaren bekend zijn. Zij vragen de staatssecretaris hoe zij fundamenteel gaat borgen dat zorgverzekeraars beter worden aangesproken op hun zorgplicht en dat patiënten niet langer vastlopen in een systeem waarin verantwoordelijkheden versnipperd zijn.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Verzamelbrief curatieve zorg en van de brief Stand van zaken moties en toezeggingen over de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de SP-fractie lezen dat ook ggz-aanbieders aangeven dat “het volledig loslaten van dit instrument voor hen geen reële of wenselijke optie is, omdat het hen ook stabiliteit en voorspelbaarheid biedt”. Zou het hen ook geen stabiliteit geven als er geen omzetplafonds zouden worden gebruikt en zij meer zorg kunnen leveren, gezien structureel hoge vraag naar ggz? Is hierbij ook gesproken met verschillende soorten ggz-aanbieders, of enkel met grote aanbieders?
De leden van de SP-fractie zijn kritisch op het feit dat er nu enkel wordt gewerkt aan het “volledig of gedeeltelijk” beëindigen van het gebruik van omzetplafonds in de cruciale zorg. De motie-Dobbe4 vroeg immers om het volledig afschaffen van omzetplafonds in de gehele ggz. Waarom is er niet gekozen voor een bredere toepassing hiervan? Zal er nog opnieuw worden gekeken naar de vraag of omzetplafonds breder in de ggz moeten worden afgeschaft wanneer de resultaten van het NZa-onderzoek naar de effecten op de beschikbare behandelcapaciteit beschikbaar zijn?
De leden van de SP-fractie zijn wel positief over het feit dat er in ieder geval wordt gewerkt aan het terugdringen van omzetplafonds in de cruciale ggz. Zij wijzen er echter wel op dat de urgentie hoog is om de omzetplafonds ook daadwerkelijk snel af te schaffen. De huidige wachtlijsten die mede hierdoor bestaan, zorgen namelijk voor onnodig veel leed voor mensen die cruciale ggz nodig hebben en voor een groter risico op suïcides. Wanneer verwacht de staatssecretaris dat het gebruik van omzetplafonds in de cruciale ggz ook daadwerkelijk is teruggebracht?
Reactie van de staatssecretaris