Motie van het lid Vermeer over inzichtelijk maken wat de gevolgen van de aanwijsbevoegdheid zijn voor plattelandsgemeenten en hun inwoners
Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie)
Motie
Nummer: 2026D00993, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-14 11:59, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36387-56).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H. Vermeer, Tweede Kamerlid (BBB)
Onderdeel van kamerstukdossier 36387 -56 Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie).
Onderdeel van zaak 2026Z00409:
- Indiener: H. Vermeer, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-13 16:35: Tweeminutendebat Ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (36387-50) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2026-01-20 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 387 Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie)
Nr. 56 MOTIE VAN HET LID VERMEER
Voorgesteld 13 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering aangeeft dat bij de evaluatie van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) aandacht zal zijn voor de uitvoerbaarheid voor landelijk gelegen gemeenten, maar deze evaluatie pas vijf jaar na inwerkingtreding plaatsvindt;
constaterende dat de tussentijdse monitoring niet expliciet borgt dat de specifieke knelpunten van plattelandsgemeenten structureel en afzonderlijk in beeld komen;
overwegende dat plattelandsgemeenten te maken hebben met andere technische, financiële en personele omstandigheden dan stedelijke gemeenten;
verzoekt de regering om vooruitlopend op de wettelijke evaluatie expliciet inzichtelijk te maken wat de gevolgen van de aanwijsbevoegdheid zijn voor plattelandsgemeenten en hun inwoners, de monitoring hierop aan te scherpen en indien nodig met voorstellen te komen voor aanvullende structurele ondersteuning;
verzoekt de regering om, voordat gemeenten op grote schaal gebruikmaken van de aanwijsbevoegdheid, aanvullend en expliciet inzichtelijk te maken wat deze gevolgen zijn voor plattelandsgemeenten en hun inwoners, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Vermeer