Beantwoording vragen commissie over onderzoeksopzet voor de periodieke rapportage Douane
Douane
Brief regering
Nummer: 2026D00737, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-15 11:36, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiƫle HTML versie (kst-31934-104).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiƫn (VVD)
- Beslisnota bij Kamerbrief over beantwoording vragen bij onderzoeksopzet Periodieke rapportage Douane
Onderdeel van kamerstukdossier 31934 -104 Douane.
Onderdeel van zaak 2026Z00299:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiƫn
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- 2026-01-14 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-29 10:00: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
Preview document (š origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
31 934 Douane
Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIĆN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12Ā januari 2026
Naar aanleiding van de toezending van het plan van aanpak voor de Periodieke Rapportage Douane aan uw Kamer, heeft de vaste commissie voor Financiƫn enkele vragen gesteld over de onderzoeksopzet. Hierbij zend ik u de beantwoording van deze vragen.
Wat is een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak en waarom is hiervoor gekozen?
Een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak is een onderzoeksmethode waarbij het ontwerpen van een oplossing voor een reƫel vraagstuk met behulp van een praktische en creatieve aanpak centraal staat. Deze aanpak is gericht op het creƫren van iets nieuws.
De Douane heeft voor de Periodieke rapportage voor deze aanpak gekozen om een goede beleidstheorie te kunnen maken. Deze beleidstheorie is een model, waarmee de Douane inzichtelijk wil maken wat de veronderstellingen zijn ten aanzien van de effectiviteit van de uitvoerings- en toezichtsinstrumenten, en welke relaties daarbij worden verwacht met het nalevingsgedrag van burgers en bedrijven. Een adequate beleidstheorie is een van de inzichtbehoeften in deze Periodieke rapportage.
Het opstellen van een beleidstheorie is een creatief proces waarin de onderzoekers en Douane-professionals gezamenlijk een model creƫren. Het externe onderzoeksbureau zal hiervoor geƫigende methoden en technieken inzetten.
Ter beantwoording van de vragen over de doeltreffendheid wordt een syntheseonderzoek opgezet om de effectiviteit van beleidsinstrumenten te beoordelen. Waarom is voor deze opzet gekozen?
Een Periodieke rapportage is (per definitie) een syntheseonderzoek. De Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek stelt dat in een Periodieke rapportage de in de rapportageperiode opgedane inzichten in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid worden samengebracht. Dit samenbrengen vraagt om een synthese (samenvoeging) van de opgedane inzichten, waar nodig en mogelijk aangevuld met kwalitatieve en kwantitatieve analyses.
Tijdens het onderzoek «kan» gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek, en/of beschikbare primaire gegevensverzamelingen. Hoe vrijblijvend is dit, of moet hier «zal» worden gelezen?
Het Plan van Aanpak beschrijft dat het onderzoek van de Periodieke rapportage vier deelgebieden beslaat, elk met eigen onderzoeksvragen en bijbehorende aanpak en gegevensverzameling. Het externe onderzoeksbureau kan bij al deze deelgebieden vrijelijk gebruik maken van alle uitgevoerde onderzoeken en/of gegevensverzamelingen van de Douane. Of het bureau daar in alle gevallen gebruik van zal maken, is niet van tevoren te bepalen.
Wat/wie zijn de relevante benchmarkorganisaties?
Relevante benchmarkorganisaties zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst, de Koninklijke Marechaussee, de Inspectie Leefomgeving en Transport, en buitenlandse douanediensten. Deze benchmarkorganisaties kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de doelmatigheid van het uitvoerings- en toezichtsbeleid van de Douane, bijvoorbeeld door middel van de vergelijking van uitgaven.
In hoeverre was kwantitatief onderzoek mogelijk rondom het thema Effectgericht toezicht?
Het thema Effectgericht toezicht wordt niet als zodanig in het Plan van Aanpak voor de Periodieke rapportage geadresseerd. De Douane heeft de afgelopen periode in de Strategische Evaluatieagenda (SEA) extra aandacht gegeven aan het thema Effectgericht sturen.
In lijn met de in 2020 opgeleverde Beleidsdoorlichting 2012ā2018 heeft de Douane zich daarbij gericht op:
⢠Gesprekken met opdrachtgevers over de te bereiken effecten, en de relatie met naleving en aantallen controles. De SEA-Procesevaluatie is een kwalitatieve evaluatie van deze ontwikkeling.
⢠Formulering van meetbare prestatie-indicatoren op outcomeniveau (gewenste impact; dit als onderdeel van een verdere explicitering van de beleidstheorie onder de Douanestrategie en -instrumenten). In 2024 en 2025 zijn gedetailleerde beleidstheorieën gemaakt voor de deelterreinen Actorgerichte e-commerce en voor het toezicht op vervoer van Liquide Middelen en het daaraan gerelateerde Meldrecht. Deze uitwerkingen vormen de basis voor toekomstig kwantitatief onderzoek, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van toezicht.
Een van de inzichtbehoeften van deze Periodieke rapportage betreft de effectiviteit van de Douane beleidsinstrumenten, waaronder het toezicht. Voor dit onderzoeksgebied binnen de Periodieke rapportage zal gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd (kwantitatief) onderzoek, en/of beschikbare gegevensverzamelingen zoals de Fiscale monitor en Douane monitor (2019ā2025), statistische analyses binnen het Douane Landelijk Tactisch Centrum en (analyses op basis van) steekproeven op aangiftestromen.
Wie zijn de externe onafhankelijke deskundigen?
Bij de Periodieke rapportage dient ten minste ƩƩn methodologische en/of beleidsinhoudelijk onafhankelijk deskundige te worden betrokken. De deskundige geeft een onafhankelijk oordeel over de validiteit en betrouwbaarheid van de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek.
De Douane heeft gekozen voor twee onafhankelijk deskundigen; voor het methodologische perspectief een hoogleraar beleidsevaluatie, en voor het inhoudelijk perspectief (effectgericht sturen) een hoogleraar effectiviteit van toezicht.
Momenteel vindt de aanbesteding plaats. De namen van de onafhankelijke deskundigen staan vermeld bij hun oordeel dat als bijlage bij het rapport aan uw Kamer zal worden aangeboden.
De Douane is voornemens het onderzoek aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 te starten. De resultaten worden eind 2026 met uw Kamer gedeeld.
De Minister van Financiƫn,
E. Heinen