Beantwoording vragen commissie over de opzet van de periodieke rapportage forensische zorg
Forensische zorg
Brief regering
Nummer: 2026D00595, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-16 11:50, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-33628-113).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 33628 -113 Forensische zorg.
Onderdeel van zaak 2026Z00251:
- Indiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-13 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-22 12:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-25 14:00: Tbs (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
33 628 Forensische zorg
Nr. 113 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
In een brief van 27 november 2025 heeft de griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid mij verzocht enkele vragen te beantwoorden over de opzet van de periodieke rapportage forensische zorg, zoals ik deze per brief van 11 september 2025 heb aangekondigd.1 Hieronder geef ik per gestelde vraag mijn antwoord.
Dekking
Vraag
Wanneer kan de Kamer de Periodieke rapportages over de subthema’s screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen verwachten?
Antwoord
Elke vier tot zeven jaar wordt een Periodieke rapportage uitgevoerd. De volgende Periodieke rapportage staat nog niet gepland, maar zal binnen deze tijdspanne worden uitgevoerd.
Gezien de ongelijksoortigheid van de subthema’s binnen het hoofdthema «Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag» is het niet mogelijk noch wenselijk één beleidstheorie te formuleren voor alle subthema’s gezamenlijk. Per subthema dient derhalve een beleidstheorie te worden ontwikkeld. Om die reden volgen nu twee Periodieke rapportages op de subthema’s waarvoor al wél een beleidstheorie en inzichtbehoefte is opgesteld: kansspelen en forensische zorg.
Bovendien is er op basis van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) 2022 ruimte om binnen de (beleids)thema’s onderbouwd keuzes te maken voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.2 De overige subthema’s zullen in de volgende Periodieke rapportage(s) worden meegenomen. Voor deze subthema’s wordt op dit moment een beleidstheorie ontwikkeld.
Vraag
Kan de minister toelichten of, en zo ja hoe het beleidsthema Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag volledig wordt gecoverd door de subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen?
Antwoord
Uit de artikel 2a Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE 2022) volgt de eis dat «alle belangrijke (beleids)thema’s zijn vertegenwoordigd in termen van budgettaire en maatschappelijke relevantie». Deze eis houdt niet in dat de thema’s volledig dekkend moeten zijn, hetgeen ook niet het geval is bij het beleidsthema Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag.
Bij de subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen is het voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag een zwaarwegend doel voor beleid. Binnen elk beleidsthema bestaat ruimte om onderbouwd keuzes te maken voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.
Reikwijdte
Vraag
Welk beleid over hoofddoel 1 – het bevorderen van herstel van de forensische patiënt – wordt nu niet meegenomen in de evaluatie? Hoe verwacht de minister antwoord te geven op de vraag of beleid over forensische zorg doeltreffend en doelmatig is als dit niet wordt meegenomen?
Antwoord
Het beleid gericht op het eerste hoofddoel van de forensische zorg maakt eveneens deel uit van deze Periodieke rapportage; een sterke scheiding van de twee hoofddoelen is eenvoudigweg onmogelijk. In de forensische zorg komt het veiligheids- en het zorgdomein samen. Door het herstel van de forensische patiënt te bevorderen (eerste hoofddoel), wordt de kans op herhaling van crimineel gedrag verkleind en de veiligheid van de samenleving vergroot (tweede hoofddoel).
Zoals ik in mijn brief van 11 september jl. heb toegelicht, ligt de focus van deze Periodieke rapportage op het tweede strategische hoofddoel van de forensische zorg. Deze focus vloeit direct voort uit de primaire verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Vraag
Kan de minister toezeggen ook na te gaan of er relevante VWS evaluaties zijn voor deze periodieke rapportage?
Antwoord
De forensische zorg speelt zich af op het raakvlak van het veiligheids- en zorgdomein. Om die reden is ook het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vertegenwoordigd in de begeleidingscommissie. Hiermee wordt geborgd dat relevante evaluaties en inzichten vanuit VWS worden betrokken.
Vraag
Welke rapporten van de inspecties (JenV en de IGJ) worden meegenomen in de rapportage?
Antwoord
Alle relevante onderzoeksrapporten van de Inspectie Justitie en Veiligheid én van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maken deel uit van de Periodieke rapportage, voor zover deze binnen het tijdsbestek van de Periodieke rapportage vallen. Hiervoor geldt een afbakening van halverwege 2018 tot en met halverwege 2025. Onderzoeksrapporten die na dit tijdsbestek zijn verschenen, waaronder het onderzoeksrapport «Incidentenonderzoeken onder de loep», worden voor zover relevant ook meegenomen.
Onderzoeksmethode
Vraag
Kan de minister meer informatie geven over de methode die gehanteerd zal worden bij de uitvoering van het synthese-onderzoek? Wie bepaalt die methode?
Antwoord
De Periodieke rapportage is een syntheseonderzoek naar de (voorwaarden voor) doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Dit houdt in dat de Periodieke rapportage een synthese geeft van eerder uitgevoerde evaluaties onder het SEA-thema, en verder bouwt op deze eerdere inzichten. Deze onderzoekmethode is Rijksbreed bepaald, en volgt uit de Handreiking Periodieke rapportage.3
De handreiking Periodieke rapportage bepaalt ook dat er naast het syntheseonderzoek ruimte is voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld om eventuele nog ontbrekende inzichten te adresseren. De methode voor het aanvullend onderzoek zal in het plan van aanpak van het onderzoeksbureau dat de Periodieke rapportage gaat uitvoeren, in overleg met de begeleidingscommissie, nader worden bepaald
Vraag
Welke externe partijen worden benaderd voor het uitvoeren van de Periodieke rapportage?
Antwoord
Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn vijf onderzoeksbureaus uitgenodigd om deel te nemen aan een meervoudig onderhandse inkoop procedure. Naar aanleiding hiervan hebben twee bureaus een offerte ingediend. Deze twee offertes zijn aan de hand van objectieve criteria beoordeeld door een afvaardiging van de begeleidingscommissie en ambtenaren van mijn ministerie. Op basis van deze aanbestedingsprocedure is de opdracht tot uitvoering van de Periodieke rapportage in december 2025 gegund aan KWINK groep.
Evaluatie Wet forensische zorg
Vraag
Kan de minister toezeggen ook de doelbereikingsevaluatie van de Wet forensische zorg mee te nemen in de periodieke rapportage? Zo nee, waarom acht hij dit onderzoek niet relevant voor de periodieke rapportage?
Antwoord
Meerdere deelonderzoeken die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) uitvoert in het kader van het onderzoeksprogramma Evaluatie Wet forensische zorg, dragen bij aan de doelbereikingsevaluatie van de Wet forensische zorg.
De oplevering van deze verschillende deelonderzoeken loopt niet gelijk op met de looptijd van de Periodieke rapportage forensische zorg. Een aantal deelonderzoeken is reeds afgerond, een aantal loopt nog.4 De resultaten van de deelonderzoeken die zijn afgerond, worden in de Periodieke rapportage betrokken.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte