Het bericht ‘Coffeeshops maken volop reclame voor ‘space donuts’ ondanks streng verbod: ‘Online kan blijkbaar alles’'
Schriftelijke vragen
Nummer: 2025D54119, datum: 2025-12-31, bijgewerkt: 2026-01-21 15:11, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2025Z22742).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.A. (Tijs) van den Brink, Tweede Kamerlid (CDA)
Onderdeel van zaak 2025Z22742:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Indiener: T.A. (Tijs) van den Brink, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
2025Z22742
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Coffeeshops maken volop reclame voor «space donuts» ondanks streng verbod: «Online kan blijkbaar alles»» (ingezonden 31 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Coffeeshops maken volop reclame voor «space donuts» ondanks streng verbod:«Online kan blijkbaar alles»»?1
Vraag 2
Klopt het dat het reclameverbod voor coffeeshops uit de AHOJGI-criteria niet alleen ziet op fysieke uitingen, maar ook op online reclame via sociale media, zoals Instagram? En hoe zit het met websites? Mogen coffeeshops hun producten presenteren via (publiek toegankelijke) websites?
Vraag 3
Herkent u het beeld uit het artikel in De Telegraaf dat coffeeshops online structureel reclame maken voor softdrugs en cannabisproducten, terwijl fysieke reclame streng wordt gehandhaafd?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat online reclame voor softdrugs door coffeeshops, al dan niet via eigen websites, in strijd is met het geldende gedoogbeleid, ook als deze reclame niet expliciet gericht is op minderjarigen?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het risico dat minderjarigen via sociale media worden geconfronteerd met online reclame voor softdrugs, zoals beschreven in het Telegraaf-artikel?
Vraag 6
Bent u bekend met signalen dat gemeenten moeite hebben met de handhaving van het online reclameverbod voor coffeeshops, ondanks dat dit verbod juridisch duidelijk is?
Vraag 7
Deelt u de zorg dat het uitblijven van effectieve handhaving van online reclame de geloofwaardigheid van het gedoogbeleid ondermijnt en daarmee de gezondheid van tieners (en volwassenen) in gevaar brengt?
Vraag 8
Welke instrumenten hebben gemeenten momenteel tot hun beschikking om op te treden tegen online reclame door coffeeshops, en acht u deze instrumenten voldoende effectief?
Vraag 9
Kunt u gemeenten landelijk ondersteunen of faciliteren bij de handhaving van het online reclameverbod voor coffeeshops? Bijvoorbeeld door landelijke richtlijnen, expertise of samenwerking met andere instanties?
Vraag 10
Ziet u een rol voor landelijke toezichthouders bij het tegengaan van online reclame voor softdrugs door coffeeshops? Bent u bereid met sociale-mediaplatforms het gesprek aan te gaan om te voorkomen dat coffeeshops reclame maken voor drugs via de sociale media?
Vraag 11
Op welke wijze wordt binnen het kabinet samengewerkt tussen de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport op dit dossier, gezien de raakvlakken met zowel handhaving als jeugd- en preventiebeleid?
Vraag 12
Bent u bereid te bezien of aanvullende landelijke maatregelen of verduidelijkingen nodig zijn om te voorkomen dat het reclameverbod voor coffeeshops online een dode letter blijft, zoals geschetst in het Telegraaf-artikel?