Voorstel van wet
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers
Voorstel van wet
Nummer: 2025D51636, datum: 2025-12-10, bijgewerkt: 2026-01-16 12:08, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiƫle HTML versie (kst-36869-2).
Onderdeel van kamerstukdossier 36869 -2 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers .
Onderdeel van zaak 2025Z21836:
- Indiener: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2025-12-16 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2025-12-18 09:30: Procedurevergadering tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (Procedurevergadering), tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing
- 2026-01-13 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-21 14:00: Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (š origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 869 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers, gelet op de noodzaak tot houdbare en bestendige overheidsfinanciƫn;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING VAN BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK
Artikel 673e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt Ā«,Ā die minder dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal werknemers in dienst hadĀ».
2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:
8. De vergoeding, bedoeld in lid 1, aanhef en onderdeel a, wordt slechts verstrekt indien de werkgever op de dag na het verstrijken van de termijn van twee jaar, bedoeld in artikelĀ 670, lidĀ 1, onderdeelĀ a, bij of krachtens artikelĀ 36, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt aangemerkt als kleine werkgever.
9. De vergoeding, bedoeld in lid 1, aanhef en onderdeelĀ b, wordt slechts verstrekt indien de werkgever op de dag dat het eerste verzoek, dat heeft geleid tot toestemming als bedoeld in artikelĀ 671a of tot ontbinding als bedoeld in artikelĀ 671b, lidĀ 1, onderdeelĀ b, is ingediend, bij of krachtens artikelĀ 36, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt aangemerkt als kleine werkgever.
10. Voor alle beëindigingen van arbeidsovereenkomsten door de werkgever, bedoeld in lid 9, in verband met het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming wordt de dag, bedoeld in lid 9, aangehouden voor de vraag of de werkgever wordt aangemerkt als kleine werkgever.
ARTIKEL II. OVERGANGSWET NIEUW BURGERLIJK WETBOEK
Na artikel 212 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 213
1. Artikel 673e van Boek 7, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet tot wijziging van BoekĀ 7 van het Burgerlijk wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers in werking treedt, blijft van toepassing ten aanzien van gevallen als bedoeld in artikelĀ 673e, eerste lid, aanhef en onderdeelĀ a, van BoekĀ 7, waarin de dag na het verstrijken van de termijn van twee jaar, bedoeld in artikelĀ 670, lidĀ 1, onderdeelĀ a, van BoekĀ 7, gelegen is voor inwerkingtreding van die wet.
2. Artikel 673e van Boek 7, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet tot wijziging van BoekĀ 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers in werking treedt, blijft van toepassing ten aanzien van gevallen als bedoeld in artikelĀ 673e, eerste lid, aanhef en onderdeel b, waarin de dag waarop het eerste verzoek, bedoeld in artikelĀ 673e, lidĀ 9, van BoekĀ 7, is ingediend, is gelegen voor inwerkingtreding van die wet.
3. Algemeen verbindende voorschriften die op grond van artikelĀ 673e, eerste lid, onderdeelĀ b, van BoekĀ 7, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet tot wijziging van BoekĀ 7 van het Burgerlijk wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers in werking treedt, tot stand zijn gebracht blijven van toepassing ten aanzien van gevallen als bedoeld in artikelĀ 673e, eerste lid, aanhef en onderdeel b, waarin de dag waarop het eerste verzoek, dat heeft geleid tot toestemming als bedoeld in artikelĀ 671a of tot ontbinding als bedoeld in artikelĀ 671b, lidĀ 1, onderdeelĀ b, is ingediend, is gelegen voor inwerkingtreding van die wet.
ARTIKEL III. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,