35041 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake Wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in verband met het opheffen van de rechtspersoonlijkheid van het fonds, uitbreiding van de taakuitoefening tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede verduidelijking van de regeling van uitkeringen door het Schadefonds en het vorderingsrecht van het slachtoffer jegens derden
Wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in verband met het opheffen van de rechtspersoonlijkheid van het fonds, uitbreiding van de taakuitoefening tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede verduidelijking van de regeling van uitkeringen door het Schadefonds en het vorderingsrecht van het slachtoffer jegens derden
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2018D45552, datum: 2018-09-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.P.H. Donner, vicepresident van de Raad van State (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2018Z16649:
- Indiener: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming
- Medeindiener: R.W. Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2018-09-25 15:25: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2018-10-10 14:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2018-11-01 14:00: Wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in verband met het opheffen van de rechtspersoonlijkheid van het fonds, uitbreiding van de taakuitoefening tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede verduidelijking van de regeling van uitkeringen door het Schadefonds en het vorderingsrecht van het slachtoffer jegens derden (35041) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2019-02-06 15:00: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2019-02-07 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-02-14 10:15: Hamerstuk: Wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in verband met het opheffen van de rechtspersoonlijkheid van het fonds, uitbreiding van de taakuitoefening tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede verduidelijking van de regeling van uitkeringen door het Schadefonds en het vorderingsrecht van het slachtoffer jegens derden (35041) (Hamerstukken), TK
Preview document (🔗 origineel)
No.W16.18.0043/II 's-Gravenhage, 24 april 2018
Bij Kabinetsmissive van 9 maart 2018, no.2018000400, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in verband met het opheffen van de rechtspersoonlijkheid van het fonds, uitbreiding van de taakuitoefening tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede verduidelijking van de regeling van uitkeringen door het Schadefonds en het vorderingsrecht van het slachtoffer jegens derden, met memorie van toelichting.
Het voorstel bevat drie wijzigingen van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. In de eerste plaats wordt de status van rechtspersoon van het schadefonds geweldsmisdrijven opgeheven. Daarnaast wordt uitdrukkelijk bepaald dat een uitkering uit het fonds niet de rechten van het slachtoffer op volledige schadevergoeding inperkt. In de derde plaats wordt de Wet schadefonds geweldsmisdrijven van toepassing op Caribisch Nederland.
De Afdeling advisering van de Raad van State is van oordeel dat gelet op de praktijk waarbij het schadefonds onderdeel is van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV), de handhaving van de status van fonds in de wet geen functie heeft en verwarring wekt. Daarom adviseert de Afdeling om het schadefonds als ‘fonds’ uit de wet te schrappen.
1. Handhaven van het schadefonds als fonds
Volgens de geldende Wet schadefonds geweldsmisdrijven (WSG) is het schadefonds een publiekrechtelijke rechtspersoon.1 In 2012 is de WSG gewijzigd om aan te sluiten bij de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (zbo’s).2 Bepaald is dat de Kaderwet van toepassing is op de commissie van het fonds die met het beheer van het schadefonds is belast. De Kaderwet stelt aanvullende eisen voor zbo’s die orgaan zijn van een publiekrechtelijk ingestelde rechtspersoon, niet zijnde de Staat. Zo zou het fonds een eigen begroting dienen te hebben die wordt goedgekeurd door de minister.3 In de praktijk is de begroting van het schadefonds onderdeel van de JenV-begroting, aldus de toelichting.4
Voorgesteld wordt om de rechtspersoonlijkheid van het schadefonds op te heffen omdat die vormgeving niet aansluit bij de praktijk.5 Dat leidt volgens de toelichting ook tot het vervallen van de subsidiebepaling. In plaats daarvan is in artikel 2 het karakter van het fonds tot uitdrukking gebracht, aldus de toelichting.6 De Afdeling merkt het volgende op.
a. De Afdeling onderschrijft de keuze om de uitkeringen rechtstreeks op basis van de JenV-begroting te doen. Daarmee wordt beter recht gedaan aan de praktijk zoals die in de toelichting is vermeld, waarbij het schadefonds onderdeel is van de JenV-begroting. Gelet op het laatste merkt de Afdeling echter op dat het handhaven van deze begrotingspost als ‘fonds’ geen functie meer heeft, maar verwarring wekt. Er zijn geen middelen apart gezet in een fonds, maar er is slechts een begrotingspost die schade-uitkeringen uit de JenV-begroting mogelijk maakt.7
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling het karakter van het schadefonds als ‘fonds’ te laten vervallen.
b. Volgens de toelichting worden de uitkeringen rechtstreeks op basis van de JenV-begroting gedaan. Volgens het geldende artikel 8, eerste lid, WSG is de commissie met het beheer van het fonds belast en beslist de commissie over aanvragen tot uitkeringen. Het is de Afdeling niet duidelijk welke regels voor het beheer gelden ingeval de uitkeringen in een jaar de begrotingspost (dreigen te) overschrijden of ingeval de begrotingspost aanvulling behoeft.8
De Afdeling adviseert op het voorgaande in de toelichting in te gaan.
2. Verhouding tot schadevergoeding
Het wetsvoorstel redigeert het bestaande artikel 6 WSG opnieuw.9 Het eerste lid ziet op het feitelijk doen van een uitkering, het tweede op de voorwaarden waaronder een verstrekking van een uitkering kan geschieden, het derde op de mogelijkheid van terugvordering van een (deel van de) reeds ontvangen uitkering. Het vierde lid beoogt te voorkomen dat de dader uiteindelijk niet de volledige schade zou moeten vergoeden. Aan alle leden ligt de gedachte ten grondslag dat niet meer dan de geleden schade wordt vergoed. De Afdeling maakt drie opmerkingen.
a. De schadevergoeding vanwege het Schadefonds geweldsmisdrijven is geen volledige schadevergoeding. In het geval dat het slachtoffer na een uitkering van het Schadefonds een vergoeding voor geleden schade langs burgerrechtelijke weg of op andere wijze verkrijgt, ligt het voor de hand dat een terugbetaling of terugvordering van de uitkering van het Schadefonds eerst plaatsvindt, nadat van de op andere wijze verkregen vergoeding het niet door het Schadefonds vergoede deel van de totale schade die het slachtoffer heeft geleden in mindering is gebracht. Uit de toelichting wordt niet duidelijk hoe hiermee wordt omgegaan.
De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan.
b. Het voorgestelde derde lid, laatste volzin, bepaalt: “De commissie doet van de beslissing tot verrekening mededeling aan het slachtoffer”. Het voorgestelde derde lid, eerste en tweede volzin bepalen: “Indien na uitkering de schade op een andere wijze wordt of blijkt te zijn vergoed kan de door het slachtoffer verkregen vergoeding alsnog in mindering worden gebracht op het bedrag van de uitkering. De commissie kan het onverschuldigd betaalde terugvorderen.”
De Afdeling merkt op dat de beslissing van de commissie een besluit is van een bestuursorgaan, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.10 Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient van een besluit mededeling te worden gedaan aan betrokkenen. Gelet daarop is deze regel niet nodig.
De Afdeling adviseert de laatste zin van het derde lid van artikel 6 te schrappen.
c. Daarnaast is niet duidelijk welke de termijn voor de terugvordering, bedoeld in artikel 6, derde lid, is. Artikel 4:57 van de Awb bevat een uitdrukkelijke regeling voor het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen.11 Daarin is expliciet voorzien in een termijn waarbinnen terugvordering kan plaatsvinden, ook al gaat het in het voorgestelde artikel 6 WSG niet om het terugvorderen van onverschuldigde subsidiebedragen. Gedacht zou ook kunnen worden aan de naar burgerlijk recht geldende verjaringstermijnen voor rechtsvorderingen.
De Afdeling adviseert om in te gaan op de vraag hoe lang terugvordering kan plaatsvinden en zo nodig het voorstel in verband hiermee aan te passen.
3. Gegevensuitwisseling
De commissie die beslist over aanvragen tot uitkeringen12 kan bij ministeriële regeling de bevoegdheid krijgen om besluiten te nemen ten aanzien van slachtoffers die niet onder de wet vallen.13 Deze regels kunnen zien op het verlenen van een uitkering aan natuurlijke personen die slachtoffer zijn geworden van een misdrijf en die als gevolg daarvan lichamelijk of geestelijk letsel hebben ondervonden, aldus het voorstel. Volgens de toelichting geeft het voorgestelde artikel een grondslag aan de huidige praktijk waarin het schadefonds niet alleen de WSG uitvoert, “maar ook andere, veelal tijdelijke regelingen.” “In de regeling zal zo nodig het regime van gegevensuitwisseling met politie en openbaar ministerie kunnen worden geregeld.”, aldus de toelichting.14
De Afdeling meent dat sprake is van een wel erg ruime grondslag voor gegevensuitwisseling in een ministeriële regeling. Bovendien is gegevensuitwisseling geen onderwerp voor een ministeriële regeling, temeer nu niet vaststaat dat het steeds gaat om tijdelijke regelingen.15 Mede gelet op de aanwijzingen voor de regelgeving is uitgangspunt bij delegatie dat dit gebeurt bij algemene maatregel van bestuur en niet bij ministeriële regeling.
De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel 19 aan te passen.
4. Uitbreiding tot Caribisch Nederland
Voorgesteld wordt om de reikwijdte van de WSG uit te breiden tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Volgens het voorgestelde artikel 20 WSG kan uitkering worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een na de inwerkingtreding van dit artikel in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.
De keuze om alleen aanvragen te honoreren voor letsel ten gevolge van na de inwerkingtreding van de wet gepleegde geweldsmisdrijven is niet gemotiveerd.16 Bij de inwerkingtreding van de huidige wet is een regeling getroffen, waardoor een uitkering ook mogelijk was voor misdrijven enige tijd voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet zijn begaan.17 Ook het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft in zijn advies voorgesteld om het indienen van aanvragen voor uitkeringen mogelijk te maken voor misdrijven, gepleegd voor de inwerkingtreding van de wet.18
Mede gelet op het feit dat in de toelichting is gesteld dat in Caribisch Nederland veel betekenis wordt gehecht aan de uitbreiding van het schadefonds als belangrijke stap in het recht doen aan slachtoffers,19 geeft de Afdeling in overweging een soortgelijke regeling te treffen als destijds bij de totstandkoming van de huidige wettelijke regeling is getroffen.
5. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging
het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State,
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W16.18.0043/II
In artikel 2 “Schadefonds” wijzigen in: schadefonds (conform onder meer artikel 1) en “bij deze wet bepaald” wijzigen in: bij of krachtens deze wet bepaald (vgl. artikel 4, tweede lid, van de wet schadefonds geweldsmisdrijven dat bepaalt dat bij ministeriele regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd).
In artikel 20 leden opnemen (Conform de toelichting op artikel 20, tweede tekstblok, waarin is gesteld dat het tweede lid de overgangsregeling bevat).