[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag jaarvergadering IMF en Wereldbank 8 en 9 oktober 2010 in Washington D.C.

Bijlage

Nummer: 2010D42461, datum: 2010-11-02, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Verslag van de vergaderingen van het International Monetary and Financial Committee (IMFC) en het Development Committee (DC), alsmede het verslag van het kiesgroepoverleg op 8 en 9 oktober 2010 (2010D42460)

Preview document (🔗 origineel)


Verslag jaarvergadering IMF en Wereldbank 8 en 9 oktober 2010 in
Washington D.C.

1. Inleiding 

Op vrijdag 8 en zaterdag 9 oktober vond in Washington DC de
Jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de
Wereldbank plaats. De belangrijkste gedeelten van de Jaarvergadering
waren de bijeenkomsten op zaterdag van het International Monetary and
Financial Committee (IMFC) en het Development Committee (DC). Verder
vond op vrijdagochtend een gezamenlijke bijeenkomst van het IMFC en de
G20 plaats. Op vrijdagmiddag vond ook het traditionele overleg met de
leden van de kiesgroep plaats en kwam de G4 van ministers van Financien
en centrale bank presidenten bijeen onder Nederlands voorzitterschap.
Het IMFC besprak de recente economische ontwikkelingen en
beleidsuitdagingen en de hervormingsagenda van het IMF, met name op het
gebied van governance. Het DC stond in het teken van de International
Development Association (IDA), met een focus op de resultaatgerichtheid
en de bijdrage aan het behalen van de Millennium Development Goals (MDG)
van dit loket. Ook kwam de voortgang van de bredere hervormingsagenda
van de Wereldbank aan de orde. 

2. International Monetary and Financial Committee

Het IMFC bestond uit vier delen. Tijdens een besloten, gezamenlijk
ontbijt van het IMFC en de G20 op vrijdagochtend, werd gesproken over
IMF governance. Vrijdagmiddag kregen de ministers in een besloten sessie
een presentatie van de vertrouwelijke uitkomsten van de Early Warning
Exercise (EWE). In een besloten ontbijtsessie van het IMFC op
zaterdagochtend kwamen de beleidsuitdagingen aan de orde. Tot slot werd
in de plenaire sessie gesproken over de stand van de economie en de
hervormingsagenda op het gebied van het mandaat en de governance van het
IMF. 

De financiele en economische situatie

Zowel in de besloten sessies als in de plenaire sessie kwamen de
financieel economische situatie en de beleidsuitdagingen aan de orde. In
dit verband is veel gesproken over de kwetsbaarheden die ontstaan
vanwege mondiale onevenwichtigheden, volatiele kapitaalstromen,
wisselkoersbewegingen en accumulatie van internationale reserves. Het
IMF benadrukte dat er zowel interne als externe ?rebalancing? nodig is.
Dit betekent intern een verschuiving van stimulerende maatregelen vanuit
de overheid naar meer vraag vanuit de private sector en extern een
verschuiving van vraag van landen met een tekort op de lopende rekening
naar landen met een overschot. Bovendien blijft herstel en hervorming
van de financiele sector belangrijk. Wat betreft de speculaties over een
mogelijke valutaoorlog erkenden landen dat dit in een bredere context
moet worden gezien en dat cooerdinatie belangrijk is om een
`race-to-the-bottom' en protectionistische maatregelen te voorkomen. Een
simpele oplossing voor de mondiale onevenwichtigheden is er echter niet,
dus dit moet op de agenda blijven om zo tot een structurele en
gecooerdineerde aanpak te komen. 

IMF quota en governance

Zowel in het gezamenlijke besloten G20/IMFC ontbijt op vrijdag als in de
plenaire sessie op zaterdag werd gesproken over de hervormingen van IMF
quota en governance. In de sessie op vrijdag bleek dat de posities nog
te ver uiteen lagen om tijdens deze jaarvergadering overeenstemming te
bereiken. De opkomende economieen pleitten voor een verschuiving van
minstens 5% in quota van ontwikkelde economieen naar opkomende
economieen en ontwikkelingslanden. Dit is echter niet in lijn met de
Pittsburgh-afspraak die stelt dat er een verschuiving moet plaatsvinden
van 5% van over- naar ondervertegenwoordigde landen, die ten goede moet
komen aan dynamische opkomende economieen en ontwikkelingslanden. De VS
liet en-marge van de vergadering weten het voorstel van de EU om op
termijn tot twee stoelen in de Raad van Bewindvoerders in te leveren te
weinig concreet te vinden. Aangezien over het pakket aan IMF
hervormingen voor januari 2011 besloten moet worden, was de verwachting
dat tijdens de komende G20 vergaderingen stappen gezet gaan worden. In
de plenaire sessie gaf Managing Director Strauss-Kahn een overzicht van
de stand van zaken op de verschillende governance issues. Het pakket
behelst naast quota en de samenstelling van de Raad van Bewindvoerders
ook ministeriele betrokkenheid, de selectie van het senior management
van het IMF en andere internationale financiele instellingen,
diversiteit van staf van het IMF en de effectiviteit van de Raad van
Bewindvoerders. 

IMF mandaat

De herziening van het mandaat van het IMF kwam aan de orde tijdens de
plenaire sessie op zaterdag. Het IMFC verwelkomde de recente
beslissingen om de surveillance van het IMF te versterken. Een
assessment van de financiele stabiliteit wordt een verplicht onderdeel
van de Artikel IV voor de 25 meest systeemrelevante landen en het IMF
gaat experimenteren met spillover rapporten. Hiervan is het Koninkrijk
al lange tijd pleitbezorger geweest. De komende tijd moet de bilaterale
en multilaterale surveillance verder versterkt worden en in 2011 moet de
driejaarlijkse evaluatie plaatsvinden van de effectiviteit van het
surveillanceraamwerk van het IMF. Hierbij is met name belangrijk te
bezien hoe de opvolging die landen aan beleidsadviezen geven verbeterd
kan worden, iets wat het Koninkrijk benadrukte. Ook in de discussie over
het mandaat werd erkend dat de mondiale onevenwichtigheden vragen om
meer analyse en guidance van het IMF op het gebied van het
internationale monetaire systeem. Het Koninkrijk bepleitte in dit
verband met succes ook specifiek het beleid omtrent kapitaalstromen te
analyseren en beoordelen. 

3. Development Committee

Het DC bestond uit een besloten lunch en een plenair gedeelte. Voor de
lunchbijeenkomst stonden geen specifieke onderwerpen geagendeerd. Dit
onderdeel werd door landen dan ook gebruikt om aan te geven welke
onderwerpen de komende tijd extra aandacht behoeven. De kwetsbaarheid
van veel ontwikkelingslanden voor prijsvolatiliteit van agrarische
grondstoffen, het belang van voedselzekerheid en gender werden als
belangrijke thema's genoemd. Hoewel de Wereldbank gecomplimenteerd werd
met de aanpak van de crisis, werd het belang van een focus op meetbare
resultaten benadrukt. Daarnaast was verbetering mogelijk van de dialoog
tussen leden van de Wereldbank over belangrijke onderwerpen, waaraan een
meer betekenisvolle discussie tijdens het DC zou kunnen bijdragen. Ten
slotte was er aandacht voor innovatieve financieringsmechanismen, niet
alleen in de context van budgettaire krapte van veel donoren, maar ook
om een andere manier van denken over ontwikkelingssamenwerking te
stimuleren. Bij toekomstige middelenaanvullingen van IDA zou innovatieve
financiering ook een rol kunnen spelen.

President Zoellick opende na de besloten lunch de meer formele setting
van het plenaire gedeelte van het DC met een korte verwijzing naar zijn
speech tijdens de formele jaarvergadering van gouverneurs en de
hoofdthema's van de agenda: de getoonde veerkracht van
ontwikkelingslanden tijdens de crisis, meetbare resultaten en
effectiviteit van met name IDA en de interne hervormingsagenda. Hij riep
donoren op om, ondanks de budgettaire druk, fors op IDA in te zetten.
Deze oproep bleek in zoverre succesvol, dat IDA het enige thema was dat
in vrijwel alle interventies systematisch aan bod kwam. Een aantal
stoelen onderstreepte het belang van eerlijke en brede verdeling van de
kosten bij de financiering van IDA. Verder werd de Bank gevraagd bij het
selecteren van activiteiten waarin de Bank actief zou moeten zijn meer
aandacht te besteden aan de complementariteit ten opzichte van andere
ontwikkelingsbanken. UNDP onderstreepte de noodzaak van betere
samenwerking tussen de ontwikkelingsbanken en de VN om belemmeringen in
het bereiken van de MDGs beter in kaart te brengen. Er werd brede steun
uitgesproken voor de nieuwe crisisfaciliteit van IDA, het zogenaamde
Crisis Response Window.

Ten aanzien van de hervormingsagenda werd algemene waardering
uitgesproken over de voortgang op het gebied van interne hervormingen,
zoals decentralisatie en de organisatorische aanpassingen die dit vergt.
Het Koninkrijk gaf aan dat het decentralisatieproces wel moet worden
voorgezet, waarbij met name delegatie van beslisbevoegdheid verbetering
behoeft. Hervorming van de governance van de Wereldbank kwam slechts in
beperkte mate aan bod. Net als het Koninkrijk gaven verschillende landen
wel aan een grotere rol te zien voor ministers in het uitzetten van de
strategische richting van de Bank, onder meer middels versterking van
het DC. Ook werd de wens herhaald om tot een open selectieproces voor de
top van Wereldbank en IMF te komen, gebaseerd op merites. De komende
periode zal een werkgroep van Bewindvoerders met een voorstel komen voor
dit laatste punt, zodat dit tijdens de Voorjaarsvergadering aan
ministers kan worden voorgelegd.

Tijdens de Bali Dialoog op vrijdagmiddag bespraken ministers de
voortgang in klimaatfinanciering, van Kopenhagen tot Cancun. Minister de
Jager hield op verzoek van President Zoellick een korte speech over de
op initiatief van Nederland gelanceerde website om de bijdragen aan
klimaatfinanciering inzichtelijk te maken. Dit initiatief zou
transparantie moeten bieden over bijdragen van ontwikkelde landen en
ontwikkelingslanden inzicht geven in de mate waarin deze eerste groep
landen hun verplichtingen nakomt. Diverse landen spraken waardering uit
voor dit initiatief.

4. G4 ministers en Centrale Bank presidenten

Op vrijdagmiddag vond een G4-bijeenkomst plaats tussen de ministers van
Financien en de centrale bank presidenten van Nederland, Belgie, Zweden
en Zwitserland. Minister de Jager zat de vergadering voor. De G4-landen
blikten terug op de ontbijtsessie over IMF quota en governance en
spraken over de verwachtingen voor de komende tijd. De G4-landen waren
het eens over het belang van een transparant proces. Als er concrete
invulling aan een eventuele verandering in de samenstelling van de Raad
wordt gegeven, moeten de landen waar dit effect op heeft ook worden
betrokken bij het besluitvormingsproces. Alle elementen van het
governance pakket liggen op tafel en nu moet er vooruitgang worden
geboekt. 

	

5. Kiesgroepoverleg

Tijdens het reguliere kiesgroepoverleg en marge van de jaarvergadering
gaven de bewindvoerders Bakker en Treffers een update over de agenda van
respectievelijk IMF en Wereldbank. Vervolgens werden de schriftelijke
interventies van de kiesgroep in het IMFC en het DC vastgesteld.
Minister de Jager informeerde de kiesgroeplanden verder nog over de
laatste ontwikkelingen omtrent de IMF stoelendiscussie en benadrukte dat
het Koninkrijk zeer tevreden is over de wijze waarop de kiesgroep
momenteel functioneert en samenwerkt. Afgesproken werd elkaar op de
hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen.

6. Toezeggingen tijdens AO IMF/WB jaarvergadering op 6 oktober

In het AO ter voorbereiding op de IMF/WB jaarvergadering zegde de
Minister van Financien toe op een aantal vragen schriftelijk terug te
komen.

 

De VVD-fractie vroeg naar de inzet van het Koninkrijk bij de
taakverdeling tussen de Raad van Gouverneurs, het IMFC, de Raad van
Bewindvoerders en IMF Management en waar de problemen in de huidige
situatie zitten. 

Momenteel is de Raad van Bewindvoerders ook belast met dagelijkse
operationele taken, waardoor het minder in staat is het overzicht te
houden over het werk van het Management en staf en hen te controleren.
Dit is een belangrijke bevinding van de Independent Evaluation Office
van het IMF, die het functioneren van de Raad heeft doorgelicht. Het zou
helpen de Raad van Bewindvoerders wat operationele taken uit handen te
nemen om meer ruimte te creeren voor strategische zaken. 

De crisis heeft aangetoond dat de politieke betrokkenheid bij
strategische onderwerpen via het IMFC tekort schiet, de G20 is het forum
geweest waar gecooerdineerde actie is afgesproken om de crisis te lijf
te gaan. Gezien het brede lidmaatschap van het IMF zou het IMFC deze rol
meer op zich moeten nemen. Beslissingsbevoegdheid zou hierbij eventueel
overwogen kunnen worden. Het Koninkrijk zet in op een IMFC dat meer
strategische sturing geeft en waar gesproken wordt over geidentificeerde
risico's en beleidsmaatregelen die nodig zijn om risico's te mitigeren.
Bovendien moet het IMFC meer gaan fungeren als orgaan waarin landen peer
review en pressure toepassen en elkaar aanspreken op de
grensoverschrijdende gevolgen van binnenlands beleid. 

Het Koninkrijk ziet de taakverdeling dan als volgt. IMF Management geeft
leiding aan de staff en houdt zich bezig met de dagelijkse operationele
taken van het IMF. De Raad van Bewindvoerders houdt overzicht en
toezicht op het werk van IMF staff en Management. Bovendien geven zij
strategische sturing voor zover daar geen directe politieke
betrokkenheid bij vereist is. Het IMFC bespreekt de geidentificeerde
risico's en beleidsmaatregelen die nodig zijn om risico's te mitigeren.
Hierbij spreken leden elkaar aan op grensoverschrijdende gevolgen van
binnenlands beleid. Verder wisselen ze van gedachten over de onderwerpen
die uiteindelijk door de Raad van Gouverneurs besloten moeten worden,
zoals statutenwijzigingen en financiele issues. De Raad van Gouverneurs
blijft het orgaan die de uiteindelijke beslissingen over deze
onderwerpen neemt, omdat hierin elk land individueel vertegenwoordigd is
en dus een stem heeft.

Naar aanleiding van een brief van de minister van Buitenlandse Zaken van
5 oktober 2010 werd gevraagd waaruit de categorie ``overige bijdragen''
aan de Wereldbank bestaat. Bovendien wilde de Kamer weten welke bedragen
op de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken en welke op de
begroting van het ministerie van Financien staan en wat daarvan ODA en
non-ODA is.

In de brief is een bedrag van EUR 163 miljoen aangegeven voor overige
uitgaven. Dit bedrag heeft betrekking op enerzijds begrotingssteun aan
twee kiesgroeplanden (Georgie en Macedonie), die via de Wereldbank
loopt, en anderzijds het zogeheten Bank Netherlands Partnership
Programme. Dit laatste programma heeft betrekking op vrijwel alle
thema's die in de afgelopen jaren centraal stonden binnen het
Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking. 

De Wereldbank bestaat uit meerdere onderdelen. De algemene bijdragen, in
de vorm van aandelenkapitaal bij IBRD en IFC en middelenaanvullingen bij
IDA, staan op de begroting van het ministerie van Financien. Alle
overige, geoormerkte bijdragen aan de Wereldbank staan op de begroting
van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zowel de bijdragen die zijn
opgenomen op de begroting van Buitenlandse Zaken, als die op de
begroting van Financien vallen onder de criteria voor Official
Development Assistance (ODA). 

 naast Nederland bestaande uit Armenie, Bosnie-Herzegovina, Bulgarije,
Cyprus, Georgie, Israel, Kroatie, Macedonie, Moldavie, Montenegro,
Oekraine en Roemenie

 naast Nederland bestaande uit Belgie, Zweden en Zwitserland

 PAGE   6 

 PAGE   5