[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nader rapport

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet ter implementatie van Richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement en de Europese Raad van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiƫlezekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en kredietvorderingen betreft (PbEU L 146/37)

Nader rapport

Nummer: 2010D30621, datum: 2010-07-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2010Z11259:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en
Vreemdelingenzaken

Directie Wetgeving

Sector Privaatrecht

 

Schedeldoekshaven 100

2511 EX  Den Haag

Postbus 20301

2500 EH  Den Haag

www.rijksoverheid.nl/justitie

 

Registratienummer

5661625/10/6

 

  DOCPROPERTY referentiegegevens   



  DOCPROPERTY woordmerk   





  DOCPROPERTY rubricering   

  DOCPROPERTY _aankoningin  Aan de Koningin 







	  DOCPROPERTY _datum  Datum 	20   DOCPROPERTY datum  juli 2010 

  DOCPROPERTY _onderwerp  Onderwerp 	  DOCPROPERTY onderwerp  Voorstel
van wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet
 ter implementatie van Richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement
en de Europese Raad van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG
betreffende het definitieve ka rakter

van de afwikkeling van betalingen en effectententransacties in
betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende
financielezekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en
kredietvorderingen betreft (PbEU L 146/37)







Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 19 mei 2010,
machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het
bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 30 juni 2010, nr. W03.10.0179/II, bied ik U
hierbij aan.

De Raad van State beveelt aan te bepalen wanneer is voldaan aan de
voorwaarde dat het aanmerken van een indirecte deelnemer als deelnemer
op grond van het systeemrisico gerechtvaardigd is. 

Met het voorgestelde artikel 212a1 wordt artikel 1, vijfde lid,
onderdeel c, onder ii van de wijzigingsrichtlijn geimplementeerd. In de
wijzigingsrichtlijn wordt niet gepreciseerd wat moet worden verstaan
onder `systeemrisico'. Het is niet aan de nationale wetgever om een in
de richtlijn gebruikt begrip nader in te vullen in de wet. In de memorie
van toelichting wordt het begrip `systeemrisico' wel toegelicht: het
risico dat een probleem bij een financiele instelling overslaat naar
andere financiele instellingen en zich zo voortplant door het financiele
stelsel. Dit is niet zozeer een definitie, als wel een omschrijving van
de richting waarin men moet denken bij het begrip `systeemrisico'. De
Raad van State geeft in overweging te verduidelijken onder welke
omstandigheden een systeemrisico zich zal kunnen voordoen. Ook hier
geldt dat het niet aan de nationale wetgever is om een in de richtlijn
gebruikt begrip nader in te vullen in de wet.  

Met de redactionele kanttekeningen van de Raad van State is als volgt
rekening gehouden. Met uitzondering - vanwege bovengenoemde reden - van
de overweging van de Raad tot het invoegen van een definitie van
`systeemexploitant' zijn de opmerkingen van de Raad van State ten
aanzien van artikel I overgenomen. Artikel II onderdeel B is geschrapt.
Daardoor zijn de onderdelen C en D vernummerd tot B en C. In onderdeel B
(voorheen: C) is een lid ingevoegd dat bepaalt dat het huidige artikel
7:53 lid 4 BW vervalt. De vernummering brengt met zich dat dit lid wordt
vervangen door een nieuw lid 4. In de Memorie van Toelichting is ten
aanzien van onderdeel C (voorheen: D) verduidelijkt dat het niet
noodzakelijk is een regeling te treffen voor toe-eigening van een
kredietvordering aangezien hetgeen door de Wijzigingsrichtlijn met die
toe-eigening wordt beoogd in het Nederlandse recht materieel al kan
bewerkstelligd. In onderdeel C (voorheen: D) is tevens aangegeven dat
implementatie van artikel 4 lid 3 van de Wijzigingsrichtlijn niet
noodzakelijk is nu deze bepaling de afschaffing betreft van een optie
waarvan Nederland geen gebruik had gemaakt. 

Daartoe gemachtigd door de Ministerraad moge ik U mede namens de
Minister van Financien verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde
voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede
Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Justitie,

  DOCPROPERTY ondertekening   



  DOCPROPERTY rubriceringvolg   



	  DOCPROPERTY rubricering   	  DOCPROPERTY _pagina  Pagina    PAGE   \*
MERGEFORMAT  2    DOCPROPERTY _van  van    SECTIONPAGES   \* MERGEFORMAT
 2 





	  DOCPROPERTY rubricering   	  if   NUMPAGES  2  = "1" "" " 
DOCPROPERTY _pagina  Pagina    PAGE  1    DOCPROPERTY _van  van   
NUMPAGES  2 " Pagina 1 van 2 





  DOCPROPERTY directoraatvolg  Directoraat-Generaal Wetgeving,
Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken

   DOCPROPERTY directoraatnaamvolg  Directie Wetgeving

   DOCPROPERTY onderdeelvolg  Sector Privaatrecht   DOCPROPERTY
directieregel   

 

  DOCPROPERTY _datum  Datum 

20 juli 2010

  DOCPROPERTY _onskenmerk   

Registratienummer

5661625/10/6

  DOCPROPERTY onskenmerk   





  DOCPROPERTY rubricering