[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [๐Ÿง‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [๐Ÿ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nota van toelichting

Bijlage

Nummer: 2010D04621, datum: 2010-01-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Notawisseling verdrag Albaniรซ inzake privileges en immuniteiten voor verbindingsofficieren (2010D04619)

Preview document (๐Ÿ”— origineel)


Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden
en de Republiek Albanie inzake privileges en immuniteiten voor
verbindingsofficieren die door de RepubliekAlbanie bij Europol te
's-Gravenhage gedetacheerd worden; 's-Gravenhage, 30 juli 2009 (Trb.
2009, 133) 

TOELICHTENDE NOTA

Inleiding

Op 5 februari 2007 is tussen de Europese Politiedienst (Europol) en
Albanie een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Op grond van die
overeenkomst worden verbindingsofficieren door Albanie naar Nederland
(als vestigingsstaat van Europol) gezonden en bij Europol te
's-Gravenhage gedetacheerd. Door de Albanese autoriteiten is verzocht om
aan deze verbindingsofficieren en hun familieleden voorrechten en
immuniteiten toe te kennen. Daartoe zijn met Albanie nota's gewisseld
houdende de totstandbrenging van een verdrag inzake het verlenen van
voorrechten en immuniteiten.

Aan de Albanese verbindingsofficieren worden dezelfde voorrechten en
immuniteiten toegekend die ter uitvoering van artikel 41, tweede lid,
van de op 26 juli 1995 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst tot
oprichting van een Europese Politiedienst (Trb. 1995, 282) worden
verleend aan de verbindingsofficieren van de lidstaten van  Europol.
Deze voorrechten en immuniteiten zijn geregeld in verdragen die het
Koninkrijk der Nederlanden met de lidstaten van Europol sluit (zie
laatstelijk het betreffende verdrag met Malta, Trb. 2004, 312). 

Verdrag

De bepalingen met betrekking tot de voorrechten en immuniteiten voor de
Albanese verbindingsofficieren en hun familieleden zijn vastgelegd in de
bijlage bij de nota's.

Artikel 1 bevat definities van enkele veel gebruikte termen in het
verdrag.

In artikel 2 wordt aangegeven dat aan de door Albanie gedetacheerde
verbindingsofficieren en hun familieleden dezelfde voorrechten en
immuniteiten worden verleend die op grond van het op 18 april 1961 te
Wenen totstandgekomen Verdrag inzake diplomatiek verkeer (Trb. 1962,
101; hierna te noemen: Verdrag van Wenen) toekomen aan diplomatiek
personeel, zij het dat de straf- en burgerrechtelijke immuniteit
uitdrukkelijk is beperkt tot handelingen binnen de functie, terwijl
immuniteit voor verkeersovertredingen is uitgesloten. Het derde lid van
artikel 2 verzekert dat Albanie en de Albanese verbindingsofficieren
niet alleen rechten ontlenen aan het Verdrag van Wenen, doch dat voor
hen ook de verplichtingen in dat Verdrag gelden.

De artikelen 3 en 4 bevatten bepalingen die veel voorkomen in verdragen
waarmee voorrechten en immuniteiten worden verleend en waarin het
Verdrag van Wenen niet expliciet voorziet. Deze bepalingen hebben tot
doel eventuele visumverlening en binnenkomst van de desbetreffende
personen te faciliteren en tewerkstelling van familieleden van
verbindingsofficieren mogelijk te maken.

De artikelen 5 tot en met 7 gaan in op de onschendbaarheid van de
archieven van de verbindingsofficieren, op hun persoonlijke bescherming,
alsmede de faciliteiten en 

immuniteiten betreffende communicatie. Deze onderwerpen zijn in het
verdrag opgenomen gelet op de speciale positie die verbindingsofficieren
bij Europol innemen.

Artikel 8 regelt de melding door Albanie aan de Nederlandse autoriteiten
van de aankomst en het vertrek van de verbindingsofficieren, alsmede de
melding indien een familielid van een verbindingsofficier niet langer
deel uitmaakt van de huishouding van deze verbindingsofficier. In het
tweede lid wordt de verstrekking van identiteitskaarten geregeld. 

________________________________________________________________________
____________________________________

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid,
onder b, van de Wet op de Raad van State).

Artikel 9 bevat een geschillenbeslechtingsregeling, die in voorkomend
geval kan leiden tot oprichting van een ad hoc tribunaal.

Het verdrag wordt vanaf de datum van totstandkoming voorlopig toegepast,
hetgeen noodzakelijk werd geacht in verband met een spoedige plaatsing
van een Albanese verbindingsofficier bij Europol in Den Haag. In dat
kader is van belang dat, voorafgaand aan de inwerkingtreding van het
verdrag, voor die plaatsing reeds een juridische basis aanwezig is. 

Koninkrijkspositie

Het verdrag geldt, voor wat het Koninkrijk betreft, alleen voor
Nederland.  

De Minister van Buitenlandse Zaken,

 PAGE   1 

 PAGE   2