[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nederlandse Inzet voor de London Summit 1-2 april 2009 (bijlage)

Bijlage

Nummer: 2009D15117, datum: 2009-03-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Bijlage bij: Nederlandse Inzet voor de London Summit 1-2 april 2009 (2009D15116)

Preview document (🔗 origineel)


------------------------------------------------------------------------
--------------------------------

nEDERlandse inzet VOOR DE London Summit 1-2 april 2009

1. Inleiding

Op 2 april 2009 zal de London Summit on Stability Growth and Jobs worden
gehouden. Deze top-bijeenkomst is een vervolg op de Top van Washington
op 15 november 2008. Aanleiding van die Top en van het aldaar
overeengekomen Washington Action Plan was de internationale
kredietcrisis die zich afgelopen najaar steeds duidelijker aftekende.
Inmiddels heeft de crisis in de financiele sector zich uitgebreid tot
een mondiale economische crisis van ongekende omvang. Deze kenmerkt zich
onder meer door een daling van de internationale handel en door
toenemende werkloosheid. 

Tegen deze achtergrond komt de top van London van de G20-landen bijeen,
gericht op  maatregelen om de stabiliteit van de financiele sector te
herstellen en de economie en werkgelegenheid te stimuleren. Naast de
concrete resultaten die de London Summit zal opleveren, is het zeer
positief dat de belangrijkste economieen van de wereld - zowel de
traditionele grootmachten (G7/8) als de opkomende economieen (Azie,
Latijns-Amerika) - in deze moeilijke tijden overleg voeren en zich
gezamenlijk inspannen om de crisis en haar effecten te bestrijden. Door
bijeenkomsten als deze wordt voorkomen dat ieder land zijn eigen koers
kiest en zijn eigen belangen laat prevaleren boven een gemeenschappelijk
belang. Waar in het verleden wel gekozen is voor protectionistisch
beleid of `economisch nationalisme' lijken alle grote economieen zich nu
te realiseren dat een gemeenschappelijke inspanning noodzakelijk is om
het economisch tij te keren.

2. Nederlandse deelname en Europese voorbereiding

Net als in Washington is Nederland opnieuw uitgenodigd voor de
top-bijeenkomst in Londen. Dat was geen vanzelfsprekendheid; Nederland
is immers formeel geen lid van het G20-samenwerkingsverband.
Tegelijkertijd is Nederlandse deelname gezien de omvang van de
Nederlandse economie (16e BBP van de wereld) en de relatief grote
financiele sector (9e van de wereld) zeker niet onlogisch. Daarbij komt
dat de Nederlandse economie een buitengewoon open karakter kent en
wereldwijd omvangrijke handels- en investeringsrelaties onderhoudt. Ten
slotte speelt Nederland een vooraanstaande rol binnen de multilaterale
instellingen en draagt het bovengemiddeld bij aan
ontwikkelingssamenwerking (ODA als percentage van BNP).

Inhoudelijk zal Nederland in Londen zijn standpunten, zoals in deze
brief beschreven, voor het voetlicht brengen. Hoewel daarbij eigen
accenten geplaatst zullen worden, is nadrukkelijk gestreefd naar
Europese overeenstemming over de hoofdpunten. Immers, de inbreng van de
Europese spelers zal beter gehoord worden naarmate deze beter op elkaar
afgestemd is. Naast Nederland en G20-voorzitter Verenigd Koninkrijk
nemen ook Duitsland, Frankrijk, Italie (allen G20-leden), Spanje (net
als Nederland geen lid, maar wel uitgenodigd), het Tsjechische
EU-voorzitterschap en de Europese Commissie deel aan de London Summit.

In dit kader zijn de Europese deelnemers op 22 februari jl. bij elkaar
gekomen in Berlijn. Daarnaast is tijdens de Voorjaarsraad (19-20 maart
jl.) gesproken over de EU-inzet die als Annex (``Agreed language with a
view to the G20 Summit in London'') bij de conclusies van de Europese
Raad is gevoegd. Bij beide bijeenkomsten bleek dat alle EU-lidstaten van
mening zijn dat de London Summit moet leiden tot een aantal concrete
afspraken over de aanpak van de financiele en economische crisis en
gericht op de versterking van het internationale financiele systeem.
Waar mogelijk zou Europa het voortouw moeten nemen. 

Een goed voorbeeld van de initierende rol van Europa zijn de
initiatieven op het gebied van de hervorming van het internationale
financiele systeem. Zo bevindt de EU zich thans, op basis van de
adviezen van de zogenaamde De Larosiere-groep, in een proces van
versterking van regelgeving en (Europees) toezicht op de financiele
sector. Daarnaast hebben verschillende Europese landen, waaronder
Nederland, voorstellen gedaan voor de verbetering van regelgeving,
toezicht en informatie-uitwisseling op mondiaal niveau. Het gaat daarbij
onder meer om hedge funds en niet-transparante en niet-cooeperatieve
jurisdicties (belastingparadijzen). 

Juist door concrete voorstellen te doen, onder meer in de vorm van
non-papers, heeft Europa actief aan de agenda van de bijeenkomsten in
Washington en Londen bijgedragen. Ondertussen begint de dreiging van
maatregelen al effect te sorteren; een aantal landen heeft recent
stappen aangekondigd in de richting van meer transparantie in het
bankwezen en meer informatie-uitwisseling van belastinggegevens.

Een ander Europees initiatief is het idee van een ``Handvest voor
Duurzaam Economisch Handelen'' waarin normen en standaarden op
financieel-economisch en maatschappelijk gebied opgenomen worden die
landen en bedrijven in hun beleid zouden moeten toepassen. Een nadere
toelichting op dit initiatief wordt hieronder gegeven (zie tevens
paragraaf 4.5).

3. Voortgang sinds de G20-bijeenkomst in Washington 

Op de top-bijeenkomst in Washington is het Washington Action Plan
aangenomen en is afgesproken om in april 2009 weer bijeen te komen (zie
ook het verslag aan de Tweede Kamer d.d. 19 november 2009). De
uitvoering van de 47 actiepunten uit het Actieplan is ter hand genomen
door vier G20 werkgroepen.

De voortgang van de werkgroepen en de betrokkenheid van Nederland bij de
werkgroepen is beschreven in de brief van de minister van Financien aan
de Tweede Kamer van 20 februari 2009. In het algemeen kan gesteld worden
dat er substantiele vooruitgang is geboekt op de - meestal technische -
onderwerpen van de vier werkgroepen. Helaas is een doorbraak in de
WTO-onderhandelingen over een modaliteitenakkoord uitgebleven. En ook
het afgesproken moratorium op nieuwe handelsverstorende maatregelen is
niet altijd nageleefd, hoewel de omvang van dergelijke maatregelen
beperkt is gebleven.

De laatste rapportages van de werkgroepen zijn besproken tijdens de
bijeenkomst van G20-ministers van Financien op 13 en 14 maart jl.
Staatssecretaris De Jager heeft deelgenomen aan deze vergadering. Een
verslag van deze bijeenkomst is op 19 maart jl. aan de Tweede Kamer
verzonden.

4. Nederlandse inzet voor London Summit

Nederland zal zich inzetten voor ambitieuze, concrete resultaten op de
hoofdterreinen van de London Summit:

bestrijding van de financiele en economische crisis;

versterking van het financiele systeem (regelgeving en toezicht); en

hervorming van de internationale financiele instellingen (IFI's).

Daarnaast zal Nederland aandacht vragen voor:

het belang van vrije wereldhandel, 

de effecten van de crisis op de armste ontwikkelingslanden en de relatie
tot de klimaatonderhandelingen; 

het initiatief tot een ``Handvest voor Duurzaam Economisch Handelen''.

4.1 Bestrijding van de financiele en economische crisis

Nederland is van mening dat gecooerdineerde begrotingsimpulsen meer
effect hebben dan geisoleerde nationale impulsen. Er dient daarbij
aandacht te zijn voor een overtuigende exit-strategieen (herstel van
duurzame overheidsfinancien) en maatregelen moeten bijdragen aan een
structurele versterking van de economie. Dit laatste draagt ook bij aan
een betere schuldhoudbaarheid, hetgeen Nederland zeer belangrijk vindt.

 

Het laten werken van de automatische stabilisatoren en ingrepen in de
financiele sectoren hebben uiteindelijk ook tot doel om de economie te
stimuleren, en dienen dan ook meegenomen te worden in de evaluatie van
de impulsen. Inmiddels hebben veel landen bestedingsimpulsen
aangekondigd, waarvan de effecten later in 2009 duidelijk zullen worden.


Nederland zal pleiten voor opname in het communique van een zinsnede
waarin de regeringsleiders zich ondubbelzinnig uitlaten over hun
bereidheid om de financiele stabiliteit te waarborgen. Dit leidt niet
alleen tot een bescherming van de klanten van de financiele
instellingen, maar houdt ook de economie beter draaiende. Het waarborgen
van de financiele stabiliteit door asset protection of kapitaalinjecties
heeft positieve externe effecten voor binnenlandse en buitenlandse
financiele instellingen, en voor klanten in binnen- en buitenland.
Gezien het grensoverschrijdende karakter van vele financiele
instellingen is internationale samenwerking essentieel bij het
beschermen van de financiele stabiliteit. Dit kan op Europees of
multilateraal niveau, maar ook op (informeel) bilateraal niveau.
Nederland zal tijdens de London Summit pleiten voor deze verbeterde
samenwerking. 

4.2 Versterking van het financiele systeem (regelgeving en toezicht)

Ten aanzien van de regelgeving van financiele markten geldt dat uit de
discussie in de G20 een duidelijke lijst van prioriteiten naar voren is
gekomen, die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verbetering van
het functioneren van de financiele sector. Nederland steunt deze
prioriteiten, die ook nauw aansluiten bij de Europese denkrichting in
deze (bijvoorbeeld het recente rapport van de De Larosiere-groep en de
betreffende conclusies van de Europese Raad). Op bepaalde onderwerpen
zou nog wel verdere concretisering kunnen plaatsvinden.

Het prudentieel toezicht richtte zich traditioneel op het realiseren van
gezonde individuele instellingen. De impliciete veronderstelling dat
daardoor de markt als geheel ook gezond is, is onjuist gebleken. Op
macroniveau kunnen namelijk nog wel degelijk grote kwetsbaarheden
ontstaan, o.a. door correlatie van risico's, de onderlinge verwevenheid
van financiele instellingen en het feit dat in de markt als geheel
kwetsbaarheden kunnen ontstaan die op het niveau van nationale
autoriteiten niet tot voldoende actie leiden. Deze aspecten zorgen voor
een breed gedragen aanbeveling dat behoefte is aan macro-prudentieel
toezicht. Nog niet besloten is welke instelling met deze taak belast zou
moeten worden. Op mondiaal niveau zou het IMF een versterkte rol kunnen
spelen. Binnen Europa pleit de De Larosiere-groep voor een aparte
instelling onder auspicien van de Europese Centrale Bank (ECB).
Nederland staat hier in eerste instantie niet afwijzend tegenover, op
voorwaarde dat de onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd blijft en
geen verantwoordelijkheid krijgt in het micro-prudentieel toezicht.
Daarnaast moeten goede afspraken worden gemaakt over de afstemming
tussen macro- en micro-prudentieel toezicht. 

Ontwikkelingen in de financiele markten kunnen elkaar versterken, zowel
in goede tijden (irrationele overwaardering) als in slechte tijden waar
de financiele onrust tot een negatieve spiraal kan leiden van dalende
koersen en steeds verdere afschrijvingen. De huidige regelgeving kan dit
soort pro-cyclische effecten onbedoeld zelfs versterken. Er is
overeenstemming dat de golfbewegingen in de financiele markt juist
gedempt moeten worden. Dit kan in principe via verschillende kanalen.
Het kan via een striktere definitie van kapitaal (gedifferentieerde
risico-opslag Basel II), via meebewegende kapitaaleisen of via de
mogelijkheid om eerder voorzieningen op te bouwen. Nederland steunt
maatregelen om de procycliciteit te beperken en zet in op nadere analyse
welke instrument daarvoor het meest geschikt zou zijn. Mede naar
aanleiding van de oproep van de G20, wordt in het Basel Committee on
Banking Supervision (BCBS) gewerkt aan een versterking van Basel II. Het
betreft onder andere afspraken over een eenduidige definitie van
kapitaal, het aanscherpen van risicometing en het omgaan met garanties
en off-balance financiering. Op lange termijn zijn dit belangrijke
versterkingen. Er zal wel goed gekeken moeten worden naar de timing van
het invoeren van nieuwe afspraken. Nederland steunt het werk van het
BCBS. Het doorvoeren van substantiele hervormingen in de huidige periode
van onrust lijkt echter niet opportuun.

Er is brede overeenstemming dat het toezicht volledig dekkend moet zijn
(comprehensive approach) en dat geen enkele sector en geen enkele
jurisdictie buiten het toezicht mag vallen. Nederland zal ervoor pleiten
dat het uitgangspunt van een risicogeorienteerde benadering moet worden
gehanteerd, hetgeen betekent dat toezicht zich vooral zal moeten richten
op systeemrelevante activiteiten of instellingen. Regelgeving voor hedge
funds en private equity moet net zo streng zijn als voor andere
marktpartijen om zodoende het level playing field te handhaven. Met
betrekking tot boekhoudstandaarden moeten er nadere afspraken worden
gemaakt over specifieke gevallen en situaties, zoals de waardering van
complexe producten en waardering bij illiquide markten. Nederland steunt
de oproep aan de International Accountants Standards Body (IASB) om dit
nader uit te werken. Het fundamentele uitgangspunt van fair value
accounting dient echter niet ter discussie te worden gesteld. Ten
aanzien van instrumenten voor crisismanagement die worden ingezet, geldt
dat deze efficient moeten zijn met een zo optimaal mogelijke
betrokkenheid van de particuliere sector. Nederland steunt dit
uitgangspunt en is van mening dat autoriteiten voldoende instrumenten
tot beschikking moeten hebben om effectief crisismanagement te kunnen
uitvoeren. Het beloningsbeleid is een zeer belangrijk aandachtspunt, ook
omdat dit direct verbonden is met de oorzaken van deze crisis.
Beloningsbeleid moet transparant zijn, gericht op lange termijn en
worden meegenomen bij het prudentieel toezicht. Nederland zal pleiten
voor nadere uitwerking van deze aanbeveling, waarbij ook de
verantwoordelijkheid van de financiele sector zelf tot uiting moet
komen. Voor beloningsbeleid geldt dat de best practices van het
Financial Stability Forum (FSF) op korte termijn omgezet moeten worden
in principes die door prudentiele toezichthouders gebruikt zullen
worden. Het is van groot belang dat perverse prikkels in de
beloningsstructuur worden weggenomen.

De overige aanbevelingen hebben onder andere betrekking op het vergroten
van transparantie, het vergroten van de aandacht voor
liquiditeitsmanagement en het oprichten van een centrale
clearinginstelling voor niet-gestandaardiseerde producten.

4.3 Hervorming van de internationale financiele instellingen (IFI's)

Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de multilaterale
ontwikkelingsbanken (MDB's) kunnen een grote rol spelen in het temperen
van de crisis. Nederland ziet een belangrijke taak weggelegd voor deze
instellingen met betrekking tot de hulp aan noodlijdende- en
ontwikkelingslanden, mits er een aantal hervormingen wordt doorgevoerd
en de instellingen de (financiele) middelen krijgen. 

IMF

Er is internationaal brede overeenstemming over het feit dat het IMF
over voldoende middelen moet beschikken om landen die in
betalingsbalansproblemen raken te ondersteunen. Het IMF heeft in dit
verband aangegeven dat een verdubbeling van de beschikbare middelen tot
$ 500 miljard. gewenst zou zijn. Japan heeft inmiddels $ 100 miljard
extra beschikbaar gesteld aan het IMF en tijdens de Voorjaarsraad is
besloten dat de Europese landen gezamenlijk ? 75 miljard extra
beschikbaar stellen. Ook Nederland is voorstander van een
middelenophoging en zal erop aansturen dat er tijdens de London Summit
een concreet bedrag toegezegd wordt. Financiering van een uitbreiding
geschiedt bij voorkeur via een verhoging en verbreding van de New
Arrangements to Borrow (NAB), op basis van een eerlijke lastenverdeling.
Deze ordentelijke, multilaterale oplossing doet zoveel mogelijk recht
aan de bestaande governance-structuur van het IMF. Voor een
IMF-middelenuitbreiding op korte termijn, lijkt de meest pragmatische
oplossing een aantal bi-laterale arrangementen tussen het fonds en de
leden. Wat betreft de Europese bijdrage ligt het voor de hand om deze
volgens de nieuwe quotaverhoudingen te verdelen over de EU-lidstaten.
Nederland zou in dat geval ? 5,32 miljard voor zijn rekening nemen. Dit
sluit overigens niet uit dat op termijn andere modaliteiten van belang
kunnen zijn om het IMF in staat te stellen adequaat te reageren op de
crisissituatie, bijvoorbeeld door creatie van special drawing rights
(SDR).

Er bestaat een brede consensus dat het instrumentarium van het IMF
versimpeld en beter aangesloten kan worden op de behoeften van de
lidstaten. Daarbij kan de conditionaliteit verder gestroomlijnd worden
(dit bevordert de beleidsruimte van landen), kunnen toegangslimieten
verhoogd worden en zou het nuttig kunnen zijn om een
verzekeringsinstrument in het leven te roepen. Nederland steunt al deze
initiatieven maar zal hierbij zeker de financiele stabiliteit van het
IMF in het oog houden. IMF surveillance is in aanloop naar de huidige
crisis onvoldoende effectief gebleken. Daarom moet de surveillance
versterkt worden door de dekking, analyse en impact te verbeteren. De
toezegging van de G20-landen om een Financial Sector Assesment Program
(FSAP) te ondergaan en de instelling van een Early Warning Exercise door
IMF en FSF zijn een stap in de goede richting. Nederland zou verder
willen gaan en een periodieke FSAP-update verplicht willen stellen.
Bovendien benadrukt Nederland het belang van de implementatie van
IMF-adviezen. Deze laatste stap is essentieel voor het versterken van de
internationale financiele stabiliteit.

De Verenigde Staten en opkomende economieen dringen sterk aan op
verdergaande governance hervormingen dan de deal die daar in april 2008
over gesloten is. Europa benadrukt daarentegen dat eerst de hervormingen
van april 2008 geratificeerd moeten worden. Het Kabinet deelt het
algemene uitgangspunt dat het gewicht van de opkomende economieen beter
gereflecteerd moet worden. Nederland is voorstander van het doorbreken
van de informele afspraak dat de managing director van het IMF door de
Europese Unie wordt benoemd en de president van de Wereldbank door de
Verenigde Staten. Beide benoemingen zouden gebaseerd moeten worden op de
competenties van de kandidaten, ongeacht hun nationaliteit. Ook kan
Nederland, om aan de opkomende economieen tegemoet te komen, instemmen
met het vervroegen van de volgende quotahervormingen en staat Nederland
open voor het oprichten van een Ministeriele Raad die het International
Monetary and Financial Committee (IMFC) zou moeten vervangen.

Multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's)

Wat betreft de multilaterale ontwikkelingsbanken (inclusief Wereldbank)
zet Nederland in op een belangrijke rol van de MDB's in het bestrijden
van de impact van de financiele crisis op ontwikkelingslanden. Nederland
pleit daarbij met name voor het versterken van de respons van de MDB's
in de armste ontwikkelingslanden. Tweede hoofdpunt van de Nederlandse
inzet is de verdere versterking van de internal governance van de MDB's,
en een spoedige afronding van de voice hervorming bij de Wereldbank. 

In het bijzonder zet Nederland in op een duidelijkere commitment tijdens
de London Summit voor het nakomen van ODA-, HIPC- en MDRI-beloften,
inclusief bijdragen van nieuwe donoren. Verder dient overwogen te worden
of het nuttig en wenselijk is om goedpresterende International
Development Agency (IDA)-landen toegang tot het loket van de
International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) te geven,
onder voorbehoud dat het principe van schuldhoudbaarheid adequaat wordt
ingevuld. Een andere manier om de respons van de MDBs in de armste
landen te versterken is door de private sector loketten van de juiste
instrumenten en financiele armslag te voorzien. Ook zal Nederland er
voor pleiten om een groot deel van het beschikbare inkomen over 2008 van
de MDB's over te hevelen naar hun concessionele loketten voor de armste
landen, indien aanwezig en onder voorwaarde van een eigen, gezonde
financiele soliditeit. Nederland steunt het naar voren halen van de
besteding van de middelen door de concessionele loketten van de MDB's.
Het vermijden van excessieve conditionaliteiten draagt ook bij aan het
vergroten van de nationale beleidsruimte om de crisis te bestrijden. Tot
slot zal Nederland de MDB's oproepen om met verdere voorstellen te komen
om de armste landen bij te staan in de bestrijding van de financiele
crisis. 

Nederland is verder in principe bereid om eventuele voorstellen tot
kapitaalverhoging van de MDBs positief te benaderen indien ze voorzien
zijn van o.a. een overtuigende langetermijnstrategie. Voor de EBRD heeft
Nederland echter een voorkeur voor een herinterpretatie van de huidige
gearing ratio, waardoor vooralsnog voldoende kapitaalruimte gecreeerd
wordt om de crisis te bestrijden.

In de geannoteerde agenda voor het Algemeen Overleg over de
voorjaarsvergadering 2009 van IMF en Wereldbank worden de bovenstaande
onderwerpen in meer detail besproken.

4.4 Aandacht voor handel, ontwikkelingslanden en klimaat

Vrije wereldhandel

De ontwikkelingen in de wereldhandel stemmen somber: het volume van de
wereldhandel zal in 2009 voor het eerst sinds 1982 afnemen. Het
internationale handelsklimaat is ongunstig en dreigt verder te
verslechteren. Juist nu is een actieve, stimulerende handelspolitiek van
groot belang om de crisis zoveel mogelijk te beperken en herstel te
bespoedigen. Dit geldt voor de wereldeconomie als geheel en in verhoogde
mate voor een open economie als de Nederlandse. Nederland verwelkomt de
verbreding van de agenda met dit onderwerp dan ook van harte.

De eerste uitdaging op handelsgebied is wat Nederland betreft het
verkrijgen van brede erkenning van het belang van vrije handel en, in
het verlengde daarvan, een duidelijk commitment aan afronding van de
Doha-ontwikkelingsronde. Naar verwachting komt de London Summit te vroeg
(met name voor de nieuwe Amerikaanse regering en voor India dat thans
gericht is op de aanstaande verkiezingen) om een concrete impuls te
geven, door bijvoorbeeld een deadline vast te stellen. Een stevig, meer
algemeen signaal van wereldleiders over het belang van spoedige
afronding van de Doha-ronde mag echter wel verwacht worden. Op de korte
termijn is het verder zaak de tot nu toe geboekte vooruitgang in de
Doha-ronde zo stevig mogelijk te bevestigen, in het bijzonder door de
VS, als basis voor verdere onderhandelingen. 

Nederland is verder van mening dat het London communique, naast
bevestiging van de eerdere afspraak geen handelsbelemmerende maatregelen
te nemen, vooral een impuls aan effectieve monitoring - met name door de
WTO - van dergelijke maatregelen zou moeten geven. De G20 zou moeten
aansturen op versteviging van de monitoring van handelsbelemmeringen en
zou wat Nederland betreft een oproep aan de WTO (i.s.m. andere
internationale organisaties) kunnen doen om met suggesties hiervoor - en
voor georganiseerde informatie uitwisseling en peer review - te komen.
Bijzondere aandacht verdienen de gevolgen die de arme en meest kwetsbare
ontwikkelingslanden zullen ondervinden van handelsbelemmerende
maatregelen en protectionistische tendensen.

In handelskringen gaat ook aandacht uit naar het opdrogen van de
handelsfinanciering en de negatieve impact daarvan op de internationale
handelsstromen. De aandacht gaat daarbij uit naar de kwetsbare positie
van ontwikkelingslanden, maar ook naar de noord-noord kant van de zaak.
Nederland heeft de eigen knelpunten op het vlak van exportkredieten
binnen de bestaande regels aangepakt en staat positief tegenover
bijvoorbeeld verruiming van Wereldbank/International Finance Corporation
(WB/IFC), een mondiaal fonds dat de private sector in
ontwikkelingslanden steunt.

Effecten van de crisis op ontwikkelingslanden

De gevolgen van de crisis voor de armste ontwikkelingslanden, en de
maatregelen die nodig zijn om deze gevolgen tegen te gaan, zijn tot nu
toe in G20-kader enigszins onderbelicht gebleven. Nederland is van
mening dat de belangen van de armste landen in Londen expliciet aan de
orde moeten komen, temeer gezien geen van deze landen lid is van de G20.
Van `ontkoppeling' tussen ontwikkelde en ontwikkelingseconomieen is
immers duidelijk geen sprake. De armste ontwikkelingslanden hebben geen
rol gespeeld bij het ontstaan van deze crisis, maar zij krijgen te maken
met de meest ernstige gevolgen. Onder meer exporten, kapitaalstromen en
overmakingen nemen drastisch af, waardoor de economische groei in deze
landen daalt en de armoede stijgt. De laatste cijfers van het IMF en de
Wereldbank zijn wat dat betreft alarmerend. 

Ook zullen veel ontwikkelingslanden door de crisis te maken krijgen met
grote financieringstekorten en betalingsbalansproblemen. Nederland acht
het daarom belangrijk dat landen hun ODA-verplichtingen nakomen en dit
in Londen bevestigen. Concreet zullen vooral de Internationale
Financiele Instellingen (IFI's) een anticyclische rol moeten spelen,
waarbij het gebruik van conditionaliteiten zoals eerder vermeld tot een
minimum beperkt moet blijven. Ook pleit Nederland er voor dat de
Wereldbank en het IMF voorstellen om de interpretatie van de
concessionaliteitsvereisten binnen het schuldhoudbaarheidsraamwerk te
verruimen, verder uitwerken. Daarnaast kan de Wereldbank gevraagd worden
de modaliteiten van een vulnerability fund nader uit te werken.

Klimaat

Voor Nederland is de urgentie van de strijd tegen klimaatverandering
bijzonder groot. Deze strijd zou wat Nederland betreft dan ook
onverminderde aandacht moeten krijgen. Nederland is voorts van mening
dat de huidige financiele en economische crisis geen excuus mag zijn om
terughoudender te zijn bij het zoeken naar oplossingen voor de gevolgen
van de klimaatcrisis. In de bestrijding van de economische crisis en de
klimaatcrisis zou juist synergie gezocht moeten worden met maatregelen
die zowel bijdragen aan het economisch herstel en aan het terugdringen
van CO2-uitstoot.

De gedachte van een `Green New Deal' heeft inmiddels gestalte gekregen
in het herstelpakket van de Amerikaanse President Obama. Ook in het
Europese economische herstelplan, waarover tijdens de recente
Voorjaarsraad een akkoord werd bereikt, ligt de nadruk op duurzaamheid
met steun voor projecten op het gebied van onder meer windenergie op zee
en carbon capture and storage (CCS). Hetzelfde geldt voor het Europese
klimaat- en energiepakket. 

Tijdens de London Summit zullen geen grote stappen gezet kunnen worden,
maar Nederland zal ervoor pleiten dat de Top een constructief signaal
uitzendt met betrekking tot de urgentie van de strijd tegen
klimaatverandering. Dat is van groot belang in de aanloop naar de
klimaattop in Kopenhagen eind dit jaar.

4.5 Handvest voor Duurzaam Economisch Handelen

In de aanloop naar de Europese G20-voorbereidingstop in Berlijn heeft
Bondskanselier Merkel het idee gelanceerd van een ``Handvest voor
Duurzaam Economisch Handelen''. Het handvest is bedoeld als een
verzameling overkoepelende beginselen van economisch, financieel en
sociaal beleid, waarin economische vrijheid wordt gekoppeld aan
rekenschap en verantwoordelijkheid. Uitgangspunt van het handvest is dat
geindustrialiseerde, opkomende en ontwikkelende economieen een
gemeenschappelijk belang hebben bij duurzame globalisering.

In het handvest zou allereerst een aantal kernprincipes verwoord worden
op gebieden als duurzame financiele markten, degelijke
overheidsfinancien, vrije wereldhandel, evenwichtige regionale
economische ontwikkeling, goed bestuur van overheden en bedrijven en
sociale en arbeidsstandaarden. In een annex bij het handvest kan
eventueel een lijst worden opgenomen van bestaande regels die essentieel
geacht worden bij de implementatie van de in het handvest verwoorde
principes. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan de recent door de OESO
verrichte inventarisatie van regels van vijf internationale organisaties
(OESO, WTO, ILO, IMF en Wereldbank). 

Het idee van een ``Handvest voor Duurzaam Economisch Handelen'' wordt
door Nederland ondersteund en de inzet is dat deze aanpak tijdens de
London Summit wordt onderschreven. Deze gedachte wordt ondersteund door
andere EU-lidstaten; tijdens de Voorjaarsraad werd de Europese inzet
voor de G20 vastgesteld waarin ondermeer is opgenomen dat de EU streeft
naar een consensus over het handvest, ``als een eerste stap naar een set
van mondiale governance standards''. De verdere uitwerking van het
handvest kan een van de concrete follow-up punten van de London Summit
zijn. 

 De Groep van Twintig (G20) is eind jaren negentig ontstaan in reactie
op een aantal financiele crises. Het lidmaatschap van dit informele
forum wordt gevormd door de ministers van Financien en en de presidenten
van de centrale bank van negentien landen: Argentinie, Australie,
Brazilie, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, India, Indonesie, Italie,
Japan, Mexico, Rusland, Saudi-Arabie, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Turkije,
het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika. Het
twintigste lid is de Europese Unie die door het roterende
voorzitterschap van de Raad en de Europese Centrale Bank wordt
vertegenwoordigd. Tijdens de Top van Washington kwam de G20 voor het
eerst bijeen op het niveau van regeringsleiders. Aan deze Top namen ook
Nederland en Spanje deel. Voor de London Summit gelden dezelfde
deelnemers, aangevuld met de voorzitters van de regionale organisaties
New Partnership for Africa's Development (NEPAD), Association of South
East Asian Nations (ASEAN) en de Afrikaanse Unie (AU). Tenslotte zullen
vertegenwoordigers van de belangrijkste internationale organisaties - de
VN, de Wereldbank en het IMF - participeren.

 WG 1: Verbetering van regulering en versterking van transparantie; WG
2: Verbetering van internationale samenwerking en bevorderen van
integriteit op financiele markten; WG 3: Hervorming van het IMF; en 

WG 4: Hervorming van de Wereldbank en overige multilaterale
ontwikkelingsbanken.

 Official Development Assistance (ODA), Heavily Indebted Poor Countries
Initiative (HIPC), Multilateral Debt Reduction Initiative (MDRI). 

 Het IMF voorspelt een groeivertraging van ruim 2% voor de lage
inkomenslanden in 2009, hetgeen overeenkomt met een toename van de
extreme armoede met meer dan 4%. Volgens de Wereldbank zal het aantal
armen dit jaar toenemen met 53 miljoen, en zal de crisis tot 2015 de
kindersterfte verhogen met 200 duizend tot 400 duizend. 

 PAGE   8 

 PAGE   1